Groen in de openbare ruimte moet concurreren met parkeren, mobiliteit, woningbouw en de fysieke inrichting en infrastructuur van de openbare ruimte. Zeggen dat groen gezond of noodzakelijk is, helpt dan niet om de strijd om schaarse ruimte te winnen. Sensoren, data en de GAES-digital twin maken zichtbaar wat bomen, bodem, water en biodiversiteit betekenen voor een straat, een wijk of een bedrijventerrein. En dat helpt wel!
Voor Wil Jacobs, manager Groen als een Service, begon de zoektocht bij een vraag: wat doet een boom eigenlijk voor een straat? Jacobs werkt al zijn hele leven in het groen en de openbare ruimte en zag hoe lastig het is om de waarde daarvan hard te maken. “Natuur levert ons kosteloos allerlei voordelen op. Om die inzichtelijk te maken, heb je data nodig. En hoe maak je die data visueel en wat ga je met die data doen? Uiteindelijk wil je bij het aanleggen ervan gewoon weten wat groen je oplevert. Je kunt je geld immers maar een keer uitgeven.”
Extra groen en hittestress?
De aanpak van Groen als een Service begint met een nulmeting. Wat is de huidige situatie in een gebied? Daarna wordt data verzameld, geanalyseerd en gevisualiseerd in de GAES-digital twin (GAES = Groen als een Service). Daarmee kunnen gemeenten en andere betrokkenen zien wat er nu gebeurt op verschillende onderdelen, maar ook wat verschillende groene keuzes betekenen voor de toekomst. Wat doet extra groen met hittestress? Wat gebeurt er met de temperatuur als bomen verdwijnen? Wat betekenen veranderingen in de inrichting voor de waterberging? En welke effecten zijn er op biodiversiteit, gezondheid en leefbaarheid?
De Zeeheldenbuurt in Sittard-Geleen heeft al langer te maken met hittestress en wateroverlast. In plaats van een klassiek traject met alleen bewonersavonden koos de gemeente voor een andere, interactieve aanpak. Met Doe mee-cafés, sensoren, visualisaties en de GAES-digital twin om de opgave heel concreet te maken. Roel Goossens, ontwerper openbare ruimte: “Bij verkeer, water en fysieke infrastructuur zijn de kaders vaak hard. Bij groen is dat veel minder het geval. Ik was heel erg zoekende hoe we daar iets mee konden doen.”
Data maakt gesprek concreter
In de Zeeheldenbuurt werden sensoren geplaatst die onder meer temperatuur, luchtvochtigheid, fijnstof en bodemvocht meten, om zo de opgave en het gesprek erover met bewoners in de wijk concreter te maken. Goossens: “Wij gebruiken deze gegevens om het over feiten te hebben en niet alleen over emoties. Iedereen mag zijn mening hebben, maar je kunt het gesprek beter voeren als je samen naar dezelfde informatie kijkt.”
Dat bleek. Waar bewoners vooral overlast van bomen ervoeren, maakten heatmaps en scenario’s zichtbaar wat het verdwijnen van groen doet met de temperatuur in een straat. “Dan zie je dat mensen daarop reageren. Misschien ligt de oplossing niet in het verwijderen van alle bomen, maar zijn er andere mogelijkheden.”
Keuzes zichtbaar en bespreekbaar
De digital twin maakt ook hier keuzes zichtbaar en bespreekbaar. Goossens ziet vooral waarde in het zichtbaar maken van ruimtelijke gevolgen van beleidskeuzes. “Op het scherm wordt duidelijk waar verschillende beleidsvelden elkaar raken of juist botsen. Door scenario’s op te stellen, kun je een betere afweging maken tussen die belangen. Ook helpt het om met inwoners het gesprek te voeren over het verschil tussen het individuele belang en het algemeen belang. Die behoefte om over meerdere domeinen heen te kijken staat bij professionals bij de gemeente bovenaan, maar hoe realiseer je dat? Data en een digital twin helpen daarbij.”
In de Zeeheldenbuurt zijn onder meer ontwerpen gemaakt met strategisch geplaatste bomen, meer plantvakken, doorlatende verharding, wadi’s en plekken waar regenwater tijdelijk kan worden opgevangen. Ook wordt gewerkt aan een klimaatbestendige inrichting van onder meer meerdere straten en aan plekken voor ontmoeting, zoals parken en tuinen.
Ook in Lelystad
Groen als een service is ook in Lelystad aan de slag. Flevokust Haven is in die gemeente een bedrijventerrein met stevige duurzaamheidsambities. Het gebied moet niet alleen functioneel zijn, maar ook groen, klimaatbestendig en biodivers. Tegelijk heeft het een bijzondere ecologische geschiedenis, met compensatiemaatregelen voor onder meer bevers, otters, vleermuizen en insecten. De GAES-digital twin wordt hier gebruikt om het terrein te monitoren.
Op Flevokust Haven komen veel onderwerpen samen: logistiek, mobiliteit, bodem, water, biodiversiteit, lichtvervuiling en klimaatadaptatie. Klaas de Jonge, civieltechnisch projectleider van de gemeente Lelystad: “Met zo’n digital twin heb je een overzicht van het totaal. Je kunt het volledige gebied meten. Dan zie je op welke onderdelen het goed gaat en op welke minder goed. Vervolgens kun je achter het waarom komen en dat weer gebruiken om bij te sturen.
Op het terrein wordt data verzameld via meetlocaties en sensoren, onder meer over fijnstof, temperatuur, schaduwvorming, waterberging, wind, bodemcondities en biodiversiteit. Die gegevens zijn nodig om ambities te blijven volgen. De Jonge: “Je kunt alleen maar verbeteren door te monitoren. Dan weet je waarop je aan het sturen bent.”
Een soort SimCity-tool
Nieuwe bedrijven, veranderende verkeersstromen of ander gebruik hebben direct effect op het terrein. Door die effecten te volgen, ontstaat een basis om sneller bij te sturen. De Jonge noemt de digital twin “een soort SimCity-tool waarmee je aan de knoppen kunt draaien en de effecten direct kunt aflezen”. Volgens hem levert dat twee belangrijke voordelen op: “Het biedt overzicht en maakt het mogelijk om versneld oplossingen te zoeken en te vinden, samen met collega’s en bewoners.”
Door meetdata uit het gebied te koppelen aan scenario’s, kan de gemeente niet alleen zien of ambities op papier kloppen, maar ook of ze in de praktijk standhouden. Waar neemt hittestress toe? Wat doet extra bebouwing met waterberging of vleermuisroutes? Hoe vitaal blijft de bodem? En welke gevolgen hebben veranderende verkeersstromen dan wanneer nieuwe bedrijven zich vestigen? De digital twin maakt die samenhang zichtbaar.
Groen als meetbare factor
Groen wordt zo niet langer alleen beoordeeld op aanleg of onderhoud, maar op de diensten die het levert: verkoeling, waterberging, biodiversiteit, gezondheid en leefbaarheid. Jacobs: “De ultieme droom is dat je aan de voorkant kunt zeggen: we leggen dit groen aan en dat heeft dat resultaat voor een wijk, straat of gebied. Daarmee is groen geen sluitpost, maar een meetbare factor in gebiedsontwikkeling. Zichtbaar, onderbouwd en klaar om met elkaar te bespreken.”
Beeld bannerfoto: Watersmeetkolom SADC