Monitoring ZE-zones geeft gemeenten datagedreven inzicht

De eerste achttien gemeenten in ons land hebben, samen met luchthaven Schiphol, sinds 1 januari 2025 zero-emissiezones (ZE-zones) ingevoerd voor vracht- en bestelauto’s. In de komende jaren sluiten naar verwachting nog zo’n tien gemeenten aan en gaan meer voertuigen onder de toegangsregels vallen. De ZE-zones dragen bij aan schonere steden en duurzame logistiek. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan inzicht: hoe ontwikkelen de logistieke stromen zich in deze zones? Welke trends zijn zichtbaar in voertuigcategorieën? En: neemt het aandeel schone voertuigen daadwerkelijk toe?

DMI en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) organiseerden op 25 maart vanuit de Uitvoeringsagenda Zero-emissie zones (UAZ) gezamenlijk een kennissessie over datagedreven monitoring. De UAZ is een landelijk akkoord tussen overheden, brancheorganisaties en milieuorganisaties. Het bevat uniforme afspraken, landelijke ontheffingen en overgangsregelingen voor de uitstootvrije zones die sinds 1 januari 2025 in tientallen Nederlandse steden voor bestel- en vrachtauto’s gelden. Zo’n veertig aanwezigen van gemeenten, kennisinstellingen, brancheorganisaties, bedrijven en medeoverheden leerden meer over hoe datagedreven monitoring van ZE-zones ook inzichten biedt voor breder beleid voor stadslogistiek.

Verkrijgen van inzicht in logistieke stromen

Job Kemperman, adviseur duurzame mobiliteit, opende namens de UAZ de sessie en gaf een toelichting op de uitvoeringsagenda. Daarin ligt de focus onder andere op het ontwikkelen van nieuwe logistieke concepten. Dat kan onder meer door het verkrijgen van inzicht in logistieke stromen en samenwerking in de keten. Ook is hierin vastgelegd dat elke vier maanden kennis wordt gedeeld over slimme stadslogistiek.

Terugblik op 2025
Thomas Otterman, project- en programmamanager in de fysieke leefomgeving, en Luuk Meijer, projectmanager duurzame logistiek en mobiliteit, gaven namens het Samenwerkingsproject Expertpool Stadslogistiek (SPES) een terugblik op 2025. SPES is een initiatief dat gemeenten met concrete tools en kennis ondersteunt bij de voorbereiding en invoering van ZE-Zones. Ook werkt SPES aan een landelijk systeem voor monitoring van ZE‑zones om zo de effecten ervan op ondernemers inzichtelijk te maken. Tijdens de presentatie lichtten Thomas en Luuk toe hoe zij een brede set aan indicatoren gebruikten. Daaronder data van de Rijksdienst Wegverkeer (RDW), gemeentelijke ANPR‑data (Automatic Number Plate Recognition), vrijstellingen, waarschuwingsbrieven en boetes.

Ingroei schonere zero-emissievoertuigen

Hoewel individuele ondernemers niet worden gevolgd, geven trends en kengetallen op macroniveau wel een betrouwbaar beeld. Zo laat monitoring een duidelijke afname van Euro 4‑voertuigen (voertuigen die voldoen aan de emissienorm in de Europese richtlijn 98/69/EC) zien en een geleidelijke komst van schonere zero‑emissievoertuigen. Dat gebeurt vooral bij de categorie lichte bedrijfsauto’s. Bij de categorie ‘zware bedrijfsauto’s’ worden Euro 4-voertuigen vaak vervangen door schonere Euro 5- en Euro 6-voertuigen. Aan het begin van het jaar was het nog zoeken naar de juiste indicatoren. Maar nadat daarover in de loop van het jaar meer duidelijk werd, groeide de monitoring uit tot een gestroomlijnd proces voor data‑aanlevering en analyse.

Monitoring ZE‑zones in de praktijk
Michiel de Voogd, beleidsmedewerker luchtkwaliteit, liet namens de gemeente Tilburg zien hoe monitoring zich bij een middelgrote gemeente ontwikkelt. Vanaf 2020 voert de gemeente wagenparkscans uit op basis van RDW‑data. Deze informatie is later aangevuld met data van vrachtvoertuigen, van scanauto’s in de ZE-zone en van ANPR‑metingen. Sinds 2025 beschikt Tilburg over vaste camera’s van leverancier Brickyard en maakt de gemeente gebruik van een monitor. Deze geeft inzicht in aantallen en herkomst van voertuigen, naleving van de ZE-zone en specifieke overtredingen. Dat gebaseerd op de data van alle camera’s in de ZE-zone.

Monitoring brengt in beeld op welke fysieke plekken het goed gaat en waar ruimte is voor verbetering. De gemeente Tilburg gebruikt de resultaten uit de monitor gericht als input voor beleid. Maar ook voor gerichte communicatie naar- en ondersteuning van ondernemers.

Van ANPR naar logistiek inzicht
Vanuit DMI gaf Robbert Janssen in het tweede deel van de sessie een update over het gebruik van VESDI‑data (Vehicle Emission Shipment Data Interface). Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ontwikkelde VESDI en combineerde daarvoor meerdere databronnen, waaronder wegvervoerenquêtes, voertuigregisters en ANPR‑data. Door deze combinatie ontstaat een uniek inzicht in voertuigtypen, emissieklassen en logistieke bewegingen in en rond ZE‑zones. Zes gemeenten waaronder Utrecht hebben via DMI inmiddels toegang tot VESDI-data. Utrecht levert sinds januari 2025 ook doorlopend ANPR-data aan bij het CBS. In 2026 gaan ook Den Haag, Eindhoven, Tilburg en Zwolle dat doen. Binnen DMI komen CBS, gemeenten, ANPR-cameraleveranciers en digital twin-partijen samen. Zo komen ze tot dataketens die praktisch inzetbaar en schaalbaar zijn.

Wat rijdt er eigenlijk door je stad?
Gemeenten willen sturen op schonere logistiek, maar missen vaak inzicht. VESDI brengt daar verandering in. Het CBS ontwikkelde het dataplatform sinds 2021 na een opdracht van IenW in samenwerking met de Topsector Logistiek. VESDI bundelt data over ritten, voertuigen, bedrijven en locaties uit wegvervoerenquêtes die steeksproefsgewijs worden verspreid onder vervoerders/transporteurs. Het CBS heeft de mogelijkheid om data van ANPR-camera’s op een privacy-veilige manier te gebruiken. Deze is geaggregeerd en geanomiseerd. Zo valt niets te herleiden naar individuele vervoersbewegingen van chauffeurs of bedrijven.

 

Live demo

Janssen gaf een live demo van een vernieuwd Power BI-dashboard, op basis van de eerste gestandaardiseerde levering van ANPR-tabellen met Utrechtse data door het CBS. Daarin zijn onder andere inschattingen te vinden van de meest voorkomende routes in de gemeente, aantallen passages per emissieklasse en bezoeken per bedrijfstak. Het project is nog in ontwikkeling en de eindresultaten worden medio 2026 verwacht. Dan volgt er ook verdere communicatie over de mogelijkheden die VESDI-data voor monitoring biedt. Daarna bereidt DMI een gezamenlijke inkoop van VESDI-data voor meer dan twintig gemeenten voor. Doel is die data voor een periode van minstens drie jaar te kunnen gebruiken.

Bestelautodata: ontbrekende schakel
Tot slot zoomde Ivo Santegoets, logistiek consultant, vanuit de Topsector Logistiek in op het belang van ritdata van bestelauto’s. Het VESDI-platform alleen biedt hiervoor onvoldoende detail. Daarom zette de Topsector Logistiek een pilot op. Daarbij delen bedrijven vrijwillig (op consent-basis) track and trace‑data met het CBS. Het CBS verzamelde data van bijna driehonderd bestelauto’s en analyseerde deze, met als tegenprestatie een rapportage voor deelnemende bedrijven. Gemeenten gaven aan een grote behoefte te hebben om deze data ook te gebruiken voor monitoring, beleidsvorming en het evalueren van maatregelen rond ZE‑zones, laden en lossen en bundeling.

De kennissessie maakte duidelijk dat monitoring van ZE‑zones op basis van data zeker behulpzaam is. Het ontwikkelt zich van een handhavingsinstrument naar een strategisch middel voor slimme stadslogistiek. Door landelijke monitoring (SPES), lokale praktijkervaringen en verrijkte datasets zoals VESDI te combineren, ontstaat steeds beter inzicht in hoe logistiek zich letterlijk en figuurlijk door de stad beweegt. En hoe je als gemeente met beleid hier effectief op kan sturen.

De slides van de presentaties zijn hier te vinden.

Wil je meer weten? Bekijk dan de presentatie of neem contact op met job.kemperman@rws.nl of abel.bosman@minienw.nl.

Verwante artikelen

Laat een reactie achter

Scroll naar boven
Ga naar de inhoud