Gemeenten gebruiken ANPR-camera’s onder meer voor de handhaving van milieu- en zero-emissiezones. Maar gegevens kunnen ook inzicht bieden in verkeers- en logistieke stromen. Daarvoor moet je gegevens op eenzelfde manier aanleveren. Alleen zo kun je op eenzelfde wijze gegevens verwerken en gegevens over verschillende systemen heen interpreteren. Een standaardisatieproject bij DMI legt daarvoor de technische basis.
De aanleiding is een grote behoefte van gemeenten aan betere informatie over bedrijfsvoertuigen in de stad. ANPR-camera’s (Automatic Number Plate Recognition) maken zichtbaar welke voertuigen een bepaalde locatie passeren, maar vertellen niet zonder meer bij welk soort bedrijf een voertuig hoort of waarvoor het wordt gebruikt. Door deze technische voertuiggegevens te combineren kun je meer informatie krijgen. Bijvoorbeeld over aantallen ritten en logistieke bewegingen.
Beleidsvragen beantwoorden
Volgens Michiel de Voogd, beleidsmedewerker duurzame logistiek bij de gemeente Tilburg, gaat het om de beleidsvragen die je ermee kunt beantwoorden. “Zo kunnen gegevens over welke voertuigen er rijden bijvoorbeeld helpen bij het monitoren van de vernieuwing en verduurzaming van het wagenpark. Of het inschatten van de huidige en toekomstige behoefte aan laadinfrastructuur.”
Van verkeersdata naar voldoende laadcapaciteitGegevens over voertuigen en bewegingen kunnen gemeenten helpen om de gevolgen van elektrisch vervoer voor het lokale stroomnet te voorspellen. Tilburg gebruikt informatie over passerende voertuigen onder meer om de ontwikkeling van het wagenpark te volgen. Zo wordt zichtbaar hoeveel bestel- en vrachtvoertuigen de stad inrijden en tot welke emissieklasse deze behoren. Door deze gegevens over een langere periode te analyseren, kan de gemeente volgen hoe snel ondernemers overstappen op elektrische voertuigen. Dat inzicht is belangrijk voor de aanleg van laadinfrastructuur. En om inzicht te krijgen in de haalbaarheid van het aanscherpen van de nulemissiezone. Emissieklasse 5 bestelvoertuigen zijn per 1 januari 2027 binnen de zone namelijk niet meer toegestaan.
In de praktijk leverden verschillende partijen voertuiggegevens niet altijd op dezelfde manier aan. Dat bemoeilijkte het koppelen van gegevens aan dashboards, digital twins of statistische omgevingen. Binnen het project hebben onder andere Brickyard en Connection Systems daarom afspraken gemaakt over datadefinities, terminologie, formats en de technische aanlevering van gegevens.
Eén vaste interpretatie
“Wij hebben nu één vaste technische interpretatie van de data uitgewerkt”, zegt Pascal Immink, accountmanager bij Connection Systems. “We zijn overeengekomen welk format we gebruiken, wat we onder ANPR-data verstaan en hoe we met de terminologie omgaan. Daardoor ontstaat een vaste methode die ook door andere partijen kan worden gebruikt.”
Dat is belangrijk omdat gemeenten met verschillende leveranciers en digitale omgevingen werken. Dankzij de standaard wordt het eenvoudiger om gegevens uit meerdere camerasystemen op dezelfde manier te verwerken. Benno Freriks, accountmanager bij Brickyard: “Connection Systems en Brickyard bedienen samen een groot deel van deze markt. Als wij informatie volgens dezelfde afspraken aanleveren, maakt het voor de ontvangende partij niet meer uit vanuit welk systeem de data afkomstig is.”
Doelbinding moet duidelijk zijn
Het project heeft meer opgeleverd dan een gegevensformat. Ook de beveiliging en de route waarlangs gegevens worden gedeeld, zijn uitgewerkt. Dat was noodzakelijk, omdat kentekens persoonsgegevens zijn en de gegevens oorspronkelijk voor handhaving worden verzameld. Voor ander gebruik moet de doelbinding (waarvoor worden de data gebruikt) duidelijk zijn en moeten privacyrisico’s vooraf goed worden afgedekt.
“Het versturen van kentekengegevens naar een derde partij was voor ons een belangrijk aandachtspunt”, vertelt Freriks. “We hebben daarvoor een procedure en bijbehorende software ontwikkeld. De gegevens gaan naar een gedefinieerde, veilige omgeving bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat maakte deelname voor ons werkbaar.”
Zoek de samenwerking
Daarmee is de technische mogelijkheid aangetoond, maar nog niet iedere beleidsmatige en juridische vraag beantwoord. Gemeenten interpreteren privacyregels soms verschillend. “Zoek als gemeenten vaker de samenwerking”, adviseert De Voogd. “Als een gemeente zoals Utrecht het proces van doelbinding al volledig heeft doorlopen, gebruik dat dan als uitgangspunt. Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden.”
Gestandaardiseerde data kunnen gemeenten uiteindelijk helpen om verder te kijken dan een tijdelijk verkeersonderzoek. Met continue, geanonimiseerde gegevens kun je patronen door de tijd zichtbaar maken. Bijvoorbeeld de verschillen in hoeveelheden verkeer tussen werkdagen, weekenden, seizoenen of specifieke momenten in de stad. “De behoefte aan continue voertuigdata en inzicht in verkeersvraagstukken wordt steeds groter”, zegt Immink. “De volgende discussie gaat over wat je als gemeente precies wil weten, met welk doel en hoe de data bijdraagt aan betere stadslogistiek.”
Ontwikkelingen over langere periode
Volgens Freriks zit daar een verschil met traditionele onderzoeken. “Een tijdelijk verkeers- of intensiteitsonderzoek blijft een momentopname. Bij intensiteitsonderzoek stel je alleen tijdens een bepaalde periode vast hoeveel voertuigen er passeren op een specifiek punt of wegvak. Als je data continu kunt gebruiken, zie je ontwikkelingen over een langere periode en kun je beleid beter monitoren.”
De technische standaard ligt er nu. De volgende stap is om deze te laten landen bij meer gemeenten en gezamenlijk afspraken te ontwikkelen voor privacy, doelbinding en toestemming. Daarmee verschuift de centrale vraag van ‘kan het?’ naar ‘hoe organiseren we dit verantwoord?’ De Voogd tot slot: “Innovatie is ook een leerproces. Je ontdekt wat je ermee kunt, wat niet en waar je tegenaan loopt. Maar we hebben hier duidelijke stappen vooruit gezet.”