Meer woningen, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, economische ontwikkeling en een gezonde leefomgeving. Bij gebiedsontwikkeling zijn de ambities doorgaans groot, maar is de beschikbare ruimte beperkt. Hoe voorkom je dat al die ambities elkaar in de weg zitten? Tijdens de DMI-dag op donderdag 3 september in Helmond liet TNO zien hoe het Spatial Impact Assessment Framework (SIAF) helpt om integrale, beter onderbouwde ruimtelijke keuzes te maken.
De sessie draaide om het EHAD-terrein, een braakliggend gebied bij het station van Helmond. De gemeente wil hier een nieuwe stadswijk met ongeveer vijfhonderd woningen ontwikkelen. Programmanager Centrum Joost van der Geest: “De locatie biedt kansen, maar ligt ook tussen het spoor, wegen, een bedrijventerrein en bestaande bebouwing. Om van de ontwikkeling een succes te maken, is meer nodig dan alleen woningbouw.”
Onderdeel van levendig Stationskwartier
Het EHAD-terrein moet onderdeel worden van een levendig Stationskwartier waarin wonen, werken, mobiliteit en recreatie samenkomen. Van der Geest: “Voetgangers en fietsers moeten meer ruimte krijgen, de openbare ruimte moet verschillende delen van het gebied verbinden en groen moet een prominente plaats innemen. Bovendien willen we een gevarieerde wijk creëren waar iedereen zich thuis kan voelen.”
Dergelijke ambities klinken aantrekkelijk, maar zijn nog geen ontwerpkeuzes. Wat betekent bijvoorbeeld sociale cohesie voor de inrichting van een straat of bouwblok? Welke ruimtelijke ingrepen zijn nodig om lopen en fietsen aantrekkelijker te maken? En hoe verhouden vergroening, bereikbaarheid en woningbouw zich tot elkaar?
Vertaalslag maken met SIAF
Het SIAF helpt om die vertaalslag te maken. “De kern is het vertalen van beleidsambities naar het gebruik van de ruimte”, zei Maiara Uliana van TNO tijdens de sessie. “Daarmee kun je beoordelen of de interventie die je voor ogen hebt, daadwerkelijk bijdraagt aan de beleidsambitie.”
Het raamwerk verbindt ambities aan mogelijke ruimtelijke interventies en kijkt daarbij naar verschillende schaalniveaus. Van stad en regio tot wijk, straat, bouwblok en afzonderlijk perceel. “Ook brengt het uiteenlopende domeinen samen. Denk aan bereikbaarheid, gezondheid, energie, economische ontwikkeling, sociale cohesie en klimaatadaptatie.”
Waar liggen kansen?
Voor het EHAD-terrein analyseerde TNO beleidsdocumenten en gebiedsvisies. De daarin beschreven ambities zijn vertaald naar tientallen ruimtelijke interventies. Per interventie is bekeken wat al goed gaat, waar kansen liggen en welke punten aandacht vragen. “We zeggen niet: dit is goed, dit is slecht of dit doe je verkeerd”, benadrukte Uliana. “Het gaat erom te laten zien waar kansen liggen en waarop je moet letten wanneer je een voorstel voor de gebiedsontwikkeling ontvangt.”
Dat onderscheid is belangrijk. De gemeente wil marktpartijen voldoende ruimte geven om met creatieve oplossingen te komen. Tegelijkertijd moet duidelijk zijn wat zij met het gebied wil bereiken. “We willen de creativiteit van ontwikkelpartners benutten en daarom niet te veel vooraf sturen”, zei Daniel de Klein van de gemeente Helmond. “We willen dat zij de visie zien en vervolgens met hun beste ideeën komen. Dat is de uitdaging.”
Welke gevolgen hebben keuzes?
Het SIAF schrijft dus geen ontwerp voor, maar maakt zichtbaar welke gevolgen een ontwerpkeuze kan hebben. Een extra woonlaag levert bijvoorbeeld meer woningen op, maar heeft mogelijk ook gevolgen voor parkeren, energiegebruik, netcongestie, bezonning, financiële haalbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving.
Een belangrijke opbrengst is dat het SIAF verschillende vakgebieden bij elkaar kan brengen. Mobiliteitsdeskundigen, beleidsmakers, stedenbouwkundigen, ontwikkelaars en experts op het gebied van groen of gezondheid redeneren ieder vanuit hun eigen expertise. Uliana: “Door gezamenlijk te kijken naar de ruimtelijke ingrepen die uit beleidsambities volgen, wordt concreter waar doelen elkaar versterken of juist botsen.”
Mogelijke synergieën
De Klein: “Die gemeenschappelijke taal is nodig om elkaar echt te kunnen begrijpen en op hetzelfde niveau te komen.” Volgens Uliana levert de aanpak ook mogelijke synergieën op: één ruimtelijke interventie kan immers bijdragen aan doelen uit meerdere beleidsdomeinen. De Helmondse casus laat zien dat integraal werken begint voordat het ontwerp vastligt. Door scherper te maken welke ruimtelijke ingrepen bijdragen aan een bereikbare, groene en leefbare stad.