Léon van Berlo, product owner MiniGIM: “Dankzij digitaal beeld worden de mogelijkheden in een gebied sneller zichtbaar”  

Léon van Berlo is bij DMI gestart als product owner van MiniGIM. Het Minimaal Gebied Informatie Model brengt informatie over een te ontwikkelen gebied digitaal bij elkaar. De opdracht van Van Berlo: MiniGIM naar een 1.0 versie brengen door omgevingsanalyses, risico’s en inventarisaties van gemeenten te integreren. Daarvoor nodigt hij gemeenten van harte uit om voor 30 juni input te leveren.

MiniGIM is een initiatief van onder meer de gebieds- en vastgoedontwikkelaars BPD, Blauwhoed, VORM, MRP, COD en Kavelvastgoed. Het idee: een minimale set van gebiedsontwikkelingsinformatie (modules) die je in een vroeg stadium digitaal bij elkaar brengt. Zo kijken alle betrokkenen met dezelfde, concrete informatie naar haalbaarheid, risico’s, beleid, duurzaamheid en financiën in een gebied. Van Berlo: “Daarmee ontstaat een transparanter, voorspelbaarder en sneller proces.”  

Wil je weten wat MiniGIM voor jou kan doen? Bekijk de website https://minigim.nl/

Set aan data voor goed gesprek

Van Berlo, voormalig technisch directeur van buildingSMART International, is door DMI voor deze rol gevraagd vanwege zijn ervaring met open standaarden, het Building Information Modeling (BIM), geo-informatie en digitale samenwerking. Een product owner is verantwoordelijk is voor het maximaliseren van de waarde van een product door belangen van klant en stakeholders te vertegenwoordigen.

“Het is belangrijk om MiniGIM te zien als een minimale set van data”, vertelt hij. “Dat gaat over data waar iedereen het over eens is en waarmee je het gesprek kunt aangaan. Het is geen oplossing die een simpel ‘ja’ of ‘nee’ voor een gebied genereert. De versnelling in het realiseren van een gebied ontstaat, doordat je samen vanuit een gelijk beeld een oplossing kunt zoeken. Op basis van een gedeelde dataset die iedereen vertrouwt.”  

De eerste versies van MiniGIM zijn vooral ontwikkeld vanuit de praktijk van de ontwikkelaars. Daarmee ligt er al een stevige basis, maar volgens Van Berlo is de input van gemeenten essentieel. “Gemeenten kijken ook naar thema’s zoals hittestress, wateroverlast, bodemkwaliteit, duurzaamheid, bereikbaarheid, geluid, veiligheid en beleidsdoelen. Voor gemeenten ligt er nu dan ook echt een kans om hun belangrijkste aandachtspunten in MiniGIM te krijgen. Juist de stap naar een 1.0, oftewel een verbeterde, versie vraagt om input vanuit gemeenten, zodat ook hun belangen goed worden meegenomen.”  

Gebiedsontwikkeling complexer

Die input is ook nodig, omdat gebiedsontwikkeling steeds complexer wordt. En ruimtelijk beleid is in de praktijk niet altijd haalbaar of toetsbaar. Van Berlo: “De tijd waarin aan de rand van de stad grootschalige nieuwbouwwijken zonder problemen konden worden uitgerold, ligt achter ons. Bouwprojecten, vooral binnenstedelijk, hebben te maken met uiteenlopende randvoorwaarden. Denk aan netcongestie, trillingen, geluid, milieuregels, waterveiligheid, calamiteitenroutes, provinciaal beleid en gemeentelijke ambities. Soms blijkt bijvoorbeeld pas laat in het ontwikkelproces dat woningen op een plek zijn gepland waar de geluidsbelasting te hoog is. Of dat rekening moet worden houden met een molenbiotoop (gebied rondom een historische windmolen, doorgaans met een straal van 400 meter, dat essentieel is voor de windvang, het zicht en het functioneren van de molen). Als die informatie pas laat in het proces boven tafel komt, leidt dat tot vertraging of herontwikkeling en daarmee ook hogere kosten.”

MiniGIM gaat helpen om dat soort informatie eerder zichtbaar te maken. Niet om discussies te vermijden, maar om het juiste gesprek te kunnen voeren. Van Berlo: “Betere besluitvorming is de doelstelling. En daar kom je alleen met overleg tussen verschillende partijen. Daarvoor moet je aan dezelfde tafel zitten en naar dezelfde betrouwbare informatie kijken. De aanpak is daarbij bewust nuchter: digitaliseren wat nu versnipperd of impliciet is en dat transparant maken, zodat er vertrouwen ontstaat in de basis en het proces vervolgens kan versnellen.”

Twee onderdelen

De ‘minimale set’ waar MiniGIM op inzet bestaat in de kern uit twee onderdelen:

      1. Een Omgevingsanalyse-lijst als complete checklist met omgevingsanalyses, risico’s en inventarisaties.
      2. Een Informatie Leverings Specificatie (ILS) die beschrijft welke minimale dataset nodig is om een grondexploitatie (GREX) inhoudelijk onderbouwd en onveranderd te kunnen maken. Zowel financieel als inhoudelijk. In die fase is een (3D) ruimtelijk model erg nuttig; een schets of Excel is dan niet voldoende om vragen als ‘hoeveel van wat komt waar’ eenduidig te beantwoorden.

Input gevraagd van gemeenten

Gemeenten, marktpartijen, de NEPROM (de branchevereniging van gebiedsontwikkelaars) en softwarepartijen willen MiniGIM gezamenlijk verder brengen. Op 16 april kwamen ze daarvoor bijeen. Daarbij keken ze scherp naar de doelstellingen. Van Berlo zag van daaruit interesse bij koplopergemeenten om met MiniGIM aan te slag te gaan. En juist nu is bredere gemeentelijke input nodig. Gemeenten kunnen tot 30 juni reageren en voorbeelden, aandachtspunten of ontbrekende onderdelen aandragen. Dat kan rechtstreeks bij Van Berlo via vragen@minigim.nl.

Wat helpt gemeenten?
Van Berlo tot slot: “Er is veel interesse, dus ik hoef MiniGIM niet te verkopen. Maar ik zoek wel nadrukkelijk voorbeelden vanuit gemeenten. Wat heeft hen geholpen? Welke informatie missen zij nu in gebiedsontwikkeling? Als we die input goed meenemen, helpt MiniGIM om het gesprek tussen gemeenten en ontwikkelaars te verbeteren en te versnellen. Zo krijgen we het werkend in de praktijk.” De ambitie is om met alle input toe te werken naar een breed gedragen 1.0-versie van MiniGIM in de zomer en daarna een roadmap te maken voor verdere ontwikkeling.

Verwante artikelen

Laat een reactie achter

Scroll naar boven
Ga naar de inhoud