Een overvol stroomnet zet plannen voor gebiedsontwikkeling onder druk. Maar betekent netcongestie automatisch dat die plannen ook de ijskast in moeten? Tijdens de sessie ‘Wat kan er wél – gebiedsontwikkeling bij een overvol stroomnet’ op de recente DMI-dag in Helmond stonden juist de mogelijkheden centraal. Want welke blijven er over als netcapaciteit schaars is? Data, slimme ontwerpkeuzes en vooral samenwerking kunnen helpen om naar een ‘ja, mits…’ te komen.
Nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen vragen bij gemeenten om capaciteit op het elektriciteitsnet. En juist daar is die ruimte steeds minder vanzelfsprekend. Waar de energievoorziening lange tijd vooral later in het planproces als technische randvoorwaarde werd meegenomen, vraagt netcongestie nu om een andere benadering. Hoe urgent de situatie is, schetste Jorrit Visée, procesmanager Energiesysteem bij Metropoolregio Eindhoven. Netcongestie raakt volgens de cijfers die hij presenteerde zowel economie als woningbouw. Zo staan 20.000 woningen tot 2030 en 70.000 woningen tot 2036 onder druk.
De onzekerheid over een netaansluiting is volgens Visée inmiddels het ‘nieuwe normaal’. En dat vraagt om een andere werkwijze: niet afwachten tot netcapaciteit een knelpunt wordt, maar energie vanaf het begin meenemen in het ontwerp. Zo worden risico’s zichtbaar en kun je deze beperken. “Je ontkomt er niet aan om zo snel mogelijk een concreet ontwerp te gaan maken en te kijken of dat haalbaar is”, lichtte hij toe. Juist door aan de slag te gaan, moet duidelijk worden hoe ver een ontwikkeling kan komen en wat haalbaar is. Een oplossing kan technisch misschien mogelijk zijn maar niet altijd automatisch uitvoerbaar. Ook de organisatie, financiering en benodigde vergunningen spelen een rol. De zoektocht is volgens hem om gezamenlijk tot een plan te komen dat ook echt kan worden gerealiseerd.
Gezamenlijk plan
Tijdens de sessie werd vanuit verschillende expertises getoond hoe je tot zo’n gezamenlijk plan kunt komen. Zo liet Terramira, een Nederlands Earth Intelligence-bedrijf, zien hoe je netcongestie lokaal inzichtelijk maakt, tot op wijk- en gebouwniveau. Door data uit satellietbeelden en luchtfoto’s, zoals gebouw- en zonnepaneeldata, te combineren met gegevens van de netbeheerder ontstaat één duidelijk beeld van de lokale energiesituatie. Zo zien overheden waar de druk op het elektriciteitsnet het grootst is, welke factoren daarbij een rol spelen en waar gerichte maatregelen het meest effect kunnen hebben. Zulke inzichten helpen om beperkingen eerder in beeld te krijgen en mee te nemen in keuzes voor gebiedsontwikkeling.
Ontwerp als onderdeel van de oplossing
Met rekenmodellen kunnen al vroeg in het planproces verschillende scenario’s worden vergeleken en wordt zichtbaar wat keuzes betekenen voor onder meer energievraag, lokale opwek en piekbelasting. Daarbij gaat het niet om één maatregel, maar om de combinatie. “Het hele pakket aan maatregelen”, benadrukte Planalogic, dat onderzoek deed naar netbewuste nieuwbouw. Daarbij werden vijf ontwerpkeuzes genoemd die al vroeg kunnen worden meegenomen: de oriëntatie ofwel de positie van het gebouw ten opzichte van de zon en dominante windrichting, de gebouwvorm, het programma ofwel de mix van woningtypen en functies van gebouwen, de gebruikte materialen en de gevelopeningen. Zo kan bijvoorbeeld de oriëntatie direct invloed hebben op hoeveel energie zonnepanelen kunnen opwekken. Door verschillende keuzes in samenhang door te rekenen, wordt inzichtelijk welke varianten energetisch gunstiger uitpakken.
Planalogic becijferde hoeveel dat oplevert. Tussen de meest en minst gunstige combinatie van oriëntatie, gebouwvorm, programma, materiaalkeuze en gevelopeningen zit tot 400 procent verschil in piekwarmtevraag per vierkante meter. Voor een gebied van 200 woningen betekent dat: bij structureel gunstige keuzes past bijna twee keer zoveel woningbouw binnen dezelfde netcapaciteit als bij structureel ongunstige keuzes. En gemeten in vloeroppervlak zelfs drie keer zoveel.
Juist wanneer een stedenbouwkundige nog met een blanco vel begint, ontstaat ruimte om die keuzes in samenhang te bekijken. Niet alleen vanuit netcapaciteit, maar bijvoorbeeld ook vanuit CO2-reductie, maatschappelijke exploitatie, hittestress en natuurherstel. Het advies was dan ook duidelijk: wacht daarmee niet tot de architect al bezig is een gebouw uit te werken.
Deel van de puzzel
Techniek en data vormen maar een deel van de puzzel. Het Digital Ecosystems Institute (DEI) zoomde daarom uit naar het samenspel tussen alle betrokken partijen. Netcongestie raakt gemeenten, netbeheerders, ontwikkelaars, bedrijven en bewoners. Ieder met eigen belangen, informatie en verantwoordelijkheden. Dat vraagt om systeemdenken. Gemeentelijke afdelingen moeten onderling samenwerken, maar ook over organisatiegrenzen heen is samenhang nodig. Uit interviews die DEI hiervoor afnam, kwam een scherpe conclusie naar voren: netcongestie is weliswaar het gevolg van jarenlang onvoldoende investeringen in netcapaciteit, maar het diepere spanningsveld ligt elders: het ontbreekt aan gedeeld eigenaarschap voor het toekomstige energiesysteem.
Een discussie tijdens de sessie maakte tegelijkertijd duidelijk hoe ingewikkeld die praktijk is. Gemeenten beschikken niet altijd over de informatie die ze nodig hebben, of die informatie is niet altijd actueel of direct beschikbaar. Tegelijkertijd moeten gemeenten keuzes maken als het gaat om fasering en ontwikkeling: welke bouwprojecten krijgen prioriteit en wat betekenen die keuzes voor andere ontwikkelingen?
Van beperking naar handelingsperspectief
De verantwoordelijkheid voor netcongestie kan niet bij één partij worden neergelegd. Bart Broekhoven, themamanager bij DEI: “In plaats van alleen de netbeheerder gaat het om het ecosysteem als geheel. Het is het samenwerkingsverband tussen partijen dat invloed heeft.” Door data en modellen te combineren met kennis, inzicht in elkaars belangen en het creëren van vertrouwen ontstaat handelingsperspectief. Het is aan partijen gezamenlijk om te onderzoeken onder welke voorwaarden een ontwikkeling mogelijk blijft. Zo verschuift het gesprek van ‘nee, het net zit vol’ naar ‘ja het kan, mits we andere keuzes maken’.
Op 21 oktober organiseren we een Ronde Tafel ‘Samenwerking rond netcongestie in gebiedsontwikkeling’. Je bent van harte welkom. Meer informatie en de aanmeldlink vind je HIER.