Een bouwbedrijf en een softwarebedrijf ontmoetten elkaar tijdens een bijeenkomst van de Data en Kennis Hub Gezond Stedelijk Leven (DKH), waar DMI een deel van het programma verzorgde. Die ontmoeting leidde tot een samenwerking die laat zien hoe data kunnen helpen om gebiedsontwikkeling slimmer, sneller en vooral mensgerichter te maken. Heijmans en Clappform, beide aangesloten bij het DMI-netwerk, ontwikkelden samen een dashboard dat gemeenten en ontwikkelaars meer inzicht geeft in de uitdagingen en kansen in een buurt. Het dashboard ondersteunt gesprekken tussen betrokken partijen en helpt bij het maken van onderbouwde keuzes.
Toen Heijmans en Clappform elkaar ontmoetten tijdens een bijeenkomst bij DMI ontdekten ze dat ze vanuit verschillende perspectieven aan dezelfde vraag werkten: hoe zorg je voor een betere, gezondere leefomgeving?
Een gedeelde uitdaging
Maaike Schravesande is thema-eigenaar Welzijn bij Heijmans. Zij houdt zich bezig met de vraag hoe welzijn een concreet onderdeel wordt van gebiedsontwikkeling. “Dat betekent eigenlijk dat ik bedrijfsbreed, maar vooral voor gebiedsontwikkeling, vastgoed en woningbouw, bezig ben om zo’n breed onderwerp als welzijn praktisch te maken. Wij zijn uiteindelijk bouwers en ontwikkelaars. En daarom willen we weten: wat kunnen we doen en maken, om een positief effect te hebben op het welzijn van mensen?
Tom Griffioen werkt bij Clappform, een softwarebedrijf dat organisaties ondersteunt bij datagedreven besluitvorming in de gebouwde omgeving. “Kun je op basis van openbare data, waaronder harde, zachte en interne data, een analyse maken van die omgeving? Dat is waar wij dagelijks mee bezig zijn.”
Elkaar versterken
Beide organisaties bleken elkaar te kunnen versterken. “DMI vroeg ons om een presentatie te geven over onze analyses voor de wijkaanpak in Veldhoven”, vertelt Griffioen. “Daar raakten Maaike en ik aan de praat. Zij werkte aan manieren om vroegtijdig inzicht te krijgen in maatschappelijke uitdagingen en kansen in een plangebied, terwijl wij vanuit een andere invalshoek naar vergelijkbare vraagstukken keken. Onze aanpakken vulden elkaar goed aan. Door onze kennis te combineren werd het mogelijk iets te ontwikkelen dat sterker is dan wat we afzonderlijk deden. Dit is voor ons een heel concreet voorbeeld van hoe het DMI-netwerk werkt.”
Meer dan alleen bouwen
Gebiedsontwikkeling is de afgelopen jaren veel complexer geworden. Naast de noodzaak voor woningbouw spelen ook thema’s als gezondheid, klimaatadaptatie, veiligheid, leefbaarheid en sociale cohesie een steeds grotere rol. Volgens Schravesande vraagt dat om een bredere blik dan alleen de fysieke inrichting van een gebied. “Als gebiedsontwikkelaar en als bouwbedrijf zijn wij gewend om toch vooral ruimtelijk te kijken. Wat nu wezenlijk aan het veranderen is, is dat we daar ook sociale data bij gebruiken. Het instrument dat we nu met elkaar ontwikkelen, helpt daar heel goed bij.” Daardoor ontstaan nieuwe inzichten. “Wij kijken nu naar onder andere GGD-data om te onderzoeken wat wij in de leefomgeving of in een nieuw gebied moeten doen om juist op dat welzijn van bewoners in te zetten. Om een omgeving bijvoorbeeld beweegvriendelijker te laten zijn of een gezonde voedselomgeving te ontwikkelen. Je ziet nu al dat we andere ontwerpkeuzes maken omdat we met een impactscan zien waar kansen en uitdagingen zitten op sociaal vlak.”
Van onderbuikgevoel naar onderbouwde keuzes
Het dashboard dat Heijmans en Clappform samen ontwikkelden, vormt de eerste stap van de aanpak voor welzijn in gebiedsontwikkeling. Dit draait volledig om het verkrijgen van inzicht. Daarbij worden verschillende databronnen gecombineerd tot één integraal beeld van een buurt of wijk. Denk aan gegevens van het CBS, de GGD, het RIVM en de politie. Maar volgens beide partijen is data nooit het eindpunt. “Het moet nooit zo zijn dat we alleen met een dashboard naar de data kijken”, zegt Schravesande. “We hebben ook een veldgids waarmee we onze collega’s op weg helpen. Daarmee kunnen ze, als een soort bioloog, determineren, observeren, luisteren en ook kwalitatief onderzoek verrichten.”
Het dashboard helpt vooral om sneller een eerste beeld te krijgen van een gebied, concludeert Schravesande. “Vervolgens rollen er mooie inzichten uit en kunnen we dus met stakeholders waaronder ook bewoners in gesprek. ‘We hebben een eerste scan gedaan, we hebben ons verdiept in jullie situatie. Klopt dit? Zien jullie dit ook zo? Wat zijn jullie ervaringen? Wat is jullie beleving?’ Die combinatie van data en praktijkkennis maakt het verschil.”
Waarom hebben gemeenten hier baat bij?
De samenwerking is ontstaan vanuit een concrete behoefte die veel gemeenten herkennen: het verbinden van verschillende beleidsdomeinen. Gezondheid, woningbouw, veiligheid, klimaat en leefbaarheid worden vaak afzonderlijk georganiseerd. Dat terwijl ze in de praktijk nauw met elkaar samenhangen. Griffioen: “Heel vaak wordt iets geprobeerd. Dat noemen we dan point-to-point-oplossingen. Dit is één probleem en dat lossen we zo op.’ Dat werkt steeds minder goed. Wat we hier doen, is heel veel beleidsdomeinen met elkaar verbinden. Echt die integrale benadering. Sociaal komt ineens op tafel bij gebiedsontwikkeling. Dat is een andere manier van denken.”
Een concreet voorbeeld van een gebiedsontwikkeling in Hellevoetsluis. De analyse liet zien dat overgewicht en bewegingsarmoede belangrijke aandachtspunten waren. Schravesande: “Je ziet daar dat de gemeente het sociaal domein bewust aan tafel zette. De welzijnsorganisatie is betrokken geraakt en dat zorgt voor heel veel energie.” Volgens haar ontstaat daardoor ook sneller begrip tussen ontwikkelaars en gemeenten. “Door een impactscan te doen en daarmee breder te kijken, groeit van onze kant het begrip voor de ambities vanuit een gemeente. Van daaruit kunnen we ook sneller gedeelde ambities vinden en komen tot eenzelfde taal.”
Bruikbaar voor iedere stad
Werkt de aanpak voor iedere gemeente of wijk? Volgens Griffioen is het antwoord ‘ja’. “Je kunt het studiegebied steeds vergelijken met het gemiddelde van de wijk en het gemiddelde van een gemeente. Dat geeft ons veel houvast. Wat speelt hier nu eigenlijk? Gemeenten en ontwikkelaars kunnen daardoor dezelfde methodiek toepassen in een binnenstedelijke wijk, een uitbreidingslocatie of een volledig nieuw ontwikkelgebied. We kunnen lokale verschillen binnen een stad dus ook echt zichtbaar maken.”
Heijmans en Clappform zien het dashboard als onderdeel van een groter geheel. Griffioen: “We hebben ook met andere collega’s uit de markt contact. Met hen bespreken we of we onze toepassing niet kunnen combineren met andere en naar één model toe moeten. Denk aan het combineren met indicatoren, analyse en de mogelijkheid om sociale elementen te kunnen meten.” Volgens Clappform en Heijmans liggen daar kansen voor de nabije toekomst: meer uniformiteit, zodat gemeenten, ontwikkelaars en andere partijen dezelfde taal spreken.
Technologie moet ruimte maken voor mensen
Data en technologie spelen een belangrijke rol. Maar de samenwerking draait uiteindelijk niet om software. Technologie moet helpen om meer tijd vrij te maken voor menselijke interactie op basis van zoveel mogelijk actuele informatie. “Uiteindelijk is het altijd aan de mens om nog een afweging maken”, zegt Griffioen. “We hebben niet geprobeerd om de gebiedsontwikkelaar zijn of haar werk anders te laten doen. Integendeel, het gaat echt om de stap daarvoor.” Schravesande sluit daarbij aan: “Wij hopen juist dat we tijd overhouden om het menselijk contact, die verbinding, nog meer op te zoeken. Als we zaken slimmer organiseren, moet dat er ook toe leiden dat we meer tijd overhouden voor de fundamentele kant van ons werk, voor die menselijke kant.”