Witsenburg (Tygron): “Hoe laten we digitale gebiedsontwikkeling landen?”

In een video van een recente gebiedsontwikkeling in Dronten maakte DMI-deelnemer Tygron, leverancier van 3D-simulatieomgevingen, in een beeld zichtbaar hoe je een stedenbouwkundig ontwerp kunt inladen in een digital twin. Het ontwerp kun je zo direct doorrekenen op effecten als wateroverlast, hittestress of mobiliteit. “Dit maakt in een oogopslag duidelijk wat digitale technologie kan betekenen voor gebiedsontwikkeling.”

Toch is dat niet de kern van het verhaal dat CEO Florian Witsenburg van Tygron wil vertellen. “De video is mooi en laat ook zien wat kan, maar we moeten ook heel eerlijk zijn. Vaak blijft gebiedsontwikkeling nog een traditioneel proces. Wat we zien in de video is dan ook geen eindpunt, maar vooral een uitnodiging om het echte, veel lastiger gesprek te voeren: hoe laten we die technologie nou landen in bestaande werkprocessen in gebiedsontwikkeling?”

Ook die digitalisering is geen doel op zich, beschouwt Witsenburg. “Het is een manier om de woningbouwopgave te versnellen, met betere kwaliteit voor de leefomgeving. De opgaven zijn zo complex geworden en er spelen zoveel belangen dat het niet zonder digitale middelen af te wegen is.”

Tygron voerde een onderzoek genaamd ‘Naar een gedeelde teken- en datastructuur voor vroege gebiedsontwikkeling’ uit, in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Dat alles in samenwerking met de gemeente Dronten, de Provincie Flevoland en Geonovum. De werkwijze werd toegepast op de casus Dronten-Zuid, met de gemeente Dronten als pilotomgeving. Dronten-Zuid is een uitbreidingslocatie waar duizenden woningen gepland staan.

In opdracht van VRO werd onderzocht of het mogelijk is om in de vroege fase van gebiedsontwikkeling met een gedeelde teken‑ en datastructuur te werken. Witsenburg: “Zodat ontwerpen niet telkens opnieuw hoeven te worden vertaald. Technisch blijkt dit te kunnen. En de bereidheid onder betrokkenen is er zeker ook. Alleen gebeurt het nog niet en is er nog veel onzekerheid over hoe dat dan precies gaat werken in de praktijk.”

In het onderzoek stond niet de technologie centraal, maar de praktijk, de werkprocessen van gebiedsontwikkeling. Tygron interviewde verschillende betrokkenen bij gebiedsontwikkeling, zoals architecten, beleidsmedewerkers, stedenbouwkundigen en dataspecialisten om te begrijpen hoe zij nu werken. Ook onderzocht het de bereidheid van alle betrokkenen om te werken met een digital twin en de onderliggende uitwisselingsstandaarden. Denk aan afspraken over hoe systemen en softwarepakketten met elkaar samenwerken. “Als systemen dezelfde taal spreken, kunnen deze informatie uitwisselen.”

Die volgorde is voor Witsenburg cruciaal. “Wat er vaak gebeurt, is dat vanuit techniek wordt gezegd hoe men moet gaan werken. Daar geloof ik niet in. Techniek moet ondersteunen hoe mensen werken, niet andersom. Ontwerpers moeten kunnen blijven tekenen in hun vertrouwde software. Maar wel op een manier waarbij onderliggende informatie herbruikbaar wordt voor analyses en besluitvorming.”

De video laat zien wat er technisch mogelijk is als tekeningen volgens vooraf gemaakte afspraken worden opgebouwd. In Dronten‑Zuid werd een bestaande 2D‑tekening ingeladen in een digital twin, zonder het ontwerp zelf aan te passen. Daardoor werden effecten inzichtelijk die normaal pas veel later in het proces boven tafel komen. Toch waarschuwt Witsenburg voor te snelle conclusies. “We hebben gekeken: wat nu als we dit zo hadden gedaan? Hoe had dat gewerkt? Dat is iets anders dan zeggen dat de werkwijze al gebruikt wordt. De winst zit vooralsnog vooral in het inzicht dat het kan. De volgende stap is het bewijzen in de dagelijkse praktijk. Dat het daar wordt toegepast vanaf het begin van het traject.”

Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat geen van de betrokken partijen bezwaar heeft tegen het werken met standaarden, mits daar vooraf duidelijkheid over is. “Als een ontwerper vooraf weet: zo ga je tekenen, dan zegt niemand dat dat een probleem is. Witsenburg: “Het knelpunt zit niet in onwil, maar in onzekerheid. Mensen zijn gewend aan bestaande procedures, die bovendien een functie hebben. Je wilt kunnen aantonen dat je alle stappen correct hebt doorlopen.”

Dat maakt adoptie van nieuwe werkwijzen spannend. “We onderschatten vaak hoe groot die stap is”, concludeert Witsenburg. “Bij gebiedsontwikkelingen is de behoefte aan zekerheid groot. De aanzienlijke belangen – financieel maar ook qua draagvlak – geven daar ook aanleiding toe. De hamvraag is dan ook: hoe laat je dit landen in het echte werkproces, bij al die mensen die elke dag vanuit regels en verantwoordelijkheden werken?” Daar ziet Witsenburg de waarde van het onderzoek en de video: als startpunt voor een goed gesprek. “Het is een enorme ambitie om het echt te laten landen. En die vraagt om aandacht voor veranderkunde, governance en opschaling. Niet in één pilot, maar in een serie van projecten waarin vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt over data, tekenstructuren en verantwoordelijkheden.”

De boodschap die Witsenburg wil meegeven aan DMI-deelnemers? “Technisch kan het. Er hoeft niets nieuws bij. We moeten alleen afspreken dat we het gaan doen. De echte opgave wacht daarna: leren hoe we mensen, processen en technologie samen in beweging laten komen. Pas dan wordt de belofte van digitale gebiedsontwikkeling veel meer dan een mooie video.”

 

 

Verwante artikelen

Laat een reactie achter

Scroll naar boven
Ga naar de inhoud