use case
Van 750 jaar stadsgeschiedenis naar Haven-Stad: Amsterdamse dataruimte fundament voor slimme gebiedsontwikkeling
Wat begon als een publiekstentoonstelling over 750 jaar Amsterdam, groeit uit tot een fundament voor de gebiedsontwikkeling van morgen. Met de ontwikkeling van Haven-Stad laat Amsterdam zien hoe een dataruimte, waarin diverse bronnen via federatief datadelen aan elkaar worden verbonden, helpt bij het oplossen van complexe ruimtelijke vraagstukken.
Het begin van het verhaal ligt bij het 750-jarig bestaan van Amsterdam. Een interactieve tentoonstelling maakt de geschiedenis en toekomst van de stad zichtbaar. “Om die maquette, visualisaties en tentoonstellingen goed te laten werken, hadden we data nodig uit allerlei bronnen”, zegt Erik de Vries, project- en programmaleider Amsterdam750. Denk aan historische data uit archieven, waaronder foto’s, geo-informatie en objectdata. Die data bevond zich bij veel verschillende partijen in verschillende formats. “Om die data bij elkaar te brengen, is de gedachte van een dataruimte ontstaan.”
Schil over de data heen
Een dataruimte kan bestaande bronnen met elkaar verbinden, zonder ze fysiek samen te brengen. “Je legt een soort schil over data uit verschillende systemen, waardoor je die integraal kunt benaderen”, zegt Marco Scheffers, adviseur data en digitalisering bij de gemeente Amsterdam. Essentieel is dat data bij de bron blijft en onder voorwaarden wordt gedeeld. Dat heet federatief datadelen. “Als eigenaar stel je informatie beschikbaar onder condities die je vooraf met elkaar afspreekt.”
Vergelijkbaar met PDX
Dat is vergelijkbaar met de uitgangspunten voor datadelen via de PDX (Producten en Data Exchange) van DMI: een combinatie van de digitale infrastructuur en het Afsprakenstelsel waarmee DMI-deelnemers data, diensten en producten veilig en vertrouwd met elkaar uitwisselen. De basis ligt in het federatieve karakter: data blijft bij de bron en organisaties houden zelf regie houden over toegang en gebruik.
Technologiepartner Triply speelt bij de dataruimte van Amsterdam in de praktijk een belangrijke rol. CEO Ruud van Rijn: “We helpen om datasets uit verschillende bronnen met elkaar te verbinden en betekenis te geven aan data. Door relaties te leggen tussen objecten – zoals kabels, leidingen, locaties en eigenaarschap – ontstaat een samenhangend beeld. Daardoor wordt het mogelijk om sneller verbanden te leggen en data slim te doorzoeken, ook als informatie verspreid of onvolledig is.”
Vanuit één plaats
Boudewijn Koopmans, impact developer bij de Universiteit van Amsterdam, werkte in de aanloop naar het jubileumjaar, als projectmanager van het digitale erfgoedproject Amsterdam Time Machine. Met dit langlopende project wilde de UvA een concrete bijdrage leveren aan het jubileumjaar en de tentoonstellingen over Amsterdam 750 jaar. Hij benadrukt het belang van die verbindende laag. “De uitdaging is om al die verschillende databronnen en standaarden met elkaar in verband te brengen”, zegt hij. “Idealiter doe je dat vanuit één plek, een geolocatie, van waaruit je allerlei typen informatie kunt samenbrengen en kunt verrijken met andere data.”
Wat begon als een manier om data te combineren voor gebruik tijdens 750 jaar Amsterdam, bleek breder toepasbaar. In Haven-Stad komen woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie samen. Daar wringt het omdat niet alles kan. “Om te zien wat wel kan, heb je onder meer informatie over de bodem nodig”, zegt Scheffers. “Maar die informatie is enorm versnipperd geraakt.”
Versnippering zichtbaar
Van Rijn vervolgt de uitleg: “In een dichtbebouwd gebied als Amsterdam liggen kabels, leidingen en andere infrastructuur van verschillende eigenaren dicht op elkaar. Die informatie is vaak verspreid over organisaties en systemen, soms alleen in 2D beschikbaar en lang niet altijd volledig. Door deze data te koppelen en te structureren, helpt de aanpak om beter inzicht te krijgen in wat er daadwerkelijk onder de grond aanwezig is en waar knelpunten ontstaan.”
Dat probleem wordt door verstedelijking en technische complexiteit steeds urgenter. Projecten starten nog vaak met het opnieuw verzamelen en interpreteren van data. “We moeten bij ieder project weer bij iedereen langs en alles opnieuw ophalen”, zegt Scheffers. “Dat kost veel tijd en is verre van efficiënt.”
Wat lag er vroeger in de ondergrond?
De combinatie van geografische informatie en erfgoeddata maakt nieuwe toepassingen mogelijk. “Je koppelt historische informatie aan actuele infrastructuur”, zegt Koopmans. “Daarmee kun je vragen beantwoorden als: wat lag hier vroeger in de ondergrond en wat betekent dat voor nieuwe bouwplannen?”
Bij Haven-Stad geeft een dataruimte inzicht in waar kabels, leidingen en historische structuren liggen. En waar je als gemeente toekomstige infrastructuur kunt plannen. “Je wilt eigenlijk vanaf de bovengrond de ondergrond in kunnen duiken”, zegt De Vries. “Dat kan niet alleen helpen bij ontwerp en uitvoering, maar ook bij besluitvorming en participatie.”
Doordat data wordt verrijkt en gekoppeld, kunnen ook scenario’s worden doorgerekend. Van Rijn: “Bijvoorbeeld: waar is nog ruimte voor nieuwe energie-infrastructuur, of wat gebeurt er als je verder vooruitkijkt? Hiermee verschuift de rol van data van registreren naar voorspellen en ondersteunen van besluitvorming.”
Delen van data is spannend
Een dataruimte werkt alleen als betrokken partijen meedoen. En dat is niet vanzelfsprekend. “Data delen is spannend, zeker als er commerciële belangen spelen”, zegt Scheffers. Daarom is federatief data delen cruciaal: data blijft bij de eigenaar, die zelf bepaalt wie toegang krijgt en waarvoor. Volgens Koopmans begint het succes van een dataruimte bij concrete toepassingen. “De noodzaak van zo’n infrastructuur komt pas tot leven als je weet wat je ermee gaat maken. Use cases zijn het vertrekpunt.”
De dataruimte in Haven-Stad is nog in ontwikkeling. De techniek werkt, pilots zijn uitgevoerd en de eerste toepassingen zijn zichtbaar. De volgende stap ligt bij opschaling en inbedding in processen. “We hebben laten zien dat het technisch kan, nu moeten we het in de praktijk brengen.” Tegelijkertijd laat dit project zien wat er mogelijk is als data niet langer versnipperd blijft, maar in samenhang wordt gebruikt. Wat begon als een experiment voor een jubileumtentoonstelling, ontwikkelt zich zo tot een fundament voor toekomstige gebiedsontwikkeling. Eerst in Amsterdam en daarna mogelijk ver daarbuiten.
sluit je aan en maak je aanbod zichtbaar voor het hele netwerk
We zijn er voor overheden, bedrijven en kennisinstellingen