Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling: “Het gaat om de T van toepassen”

Op de vastgoedbeurs Provada nam Jan-Willem Wesselink, programmamanager Slimme Stad en AI bij ELBA\REC, een aantal speciale afleveringen van de podcast DMI Doet op. Hij ontving Richard Derksen, programmamanager Innovatie- en OPschalingsprogramma Woningbouw (IOP) bij het ministerie van BZK, en Bas van Rijsbergen, algemeen directeur Dienst Stedelijke ontwikkeling bij de gemeente Den Haag. Centrale vraag: hoe breng je beleid, techniek en praktijk zo bij elkaar dat gebiedsontwikkeling toekomstbestendig wordt?

De opgave zit volgens hen niet in een tekort aan ideeën, maar in het vermogen om die ideeën daadwerkelijk toe te passen. Derksen: “We hebben al heel veel innovaties. Maar waar het nu om gaat, is de T van toepassen. En vervolgens moeten we opschalen.” Nieuwe technologieën, digitale middelen en industriële bouwmethoden zijn er volgens hem in veel gevallen al. Toch blijven veel vernieuwingen steken in pilots, experimenten of losse voorbeelden. Dat gat tussen wat al mogelijk is en wat in de praktijk gebeurt, stond tijdens de podcast centraal.

Luister hier de podcast: Richard Derksen en Bas van Rijsbergen verbinden rijk en wijk:

Vertaal innovaties naar standaarden

Derksen noemde een aantal zaken. “Benut de kracht van industrieel bouwen en zet digitalisering in om in gebieden waar complexe thema’s spelen, sneller knopen door te hakken. Maar ook: vertaal innovaties naar standaarden waar gemeenten en bouwers direct mee uit de voeten kunnen.”

Daarin zit ook het belang van de Samenwerkingsagenda Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling. Dat is een Agenda waarin overheden, marktpartijen, corporaties en kenniswereld samen werken om de gebiedsontwikkeling en woningbouw te versnellen en tegelijkertijd leefomgevingen duurzaam, gezond, veilig en klimaatbestendig in te richten. Dat door maximaal in te zetten op innovatie en digitalisering. DMI is een van de grondleggers, samen met het IOP en Agenda Stad.

Van Rijsbergen bracht nadrukkelijk het perspectief van de stad in. “Woningen bouwen is één. Maar hoe maak je nou een stad? Hoe zorg je ervoor dat het een gemeenschap wordt?” Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling is volgens hem meer dan een technisch vraagstuk. “Het gaat ook over leefbaarheid, mobiliteit, economie en de vraag hoe wijken zich op de lange termijn ontwikkelen. Dat is meteen mijn kanttekening bij een al te technologische benadering van de opgave. Uiteindelijk moet beleid landen in de dagelijkse werkelijkheid van een gebied.”

Twee gebieden in Den Haag

De praktijk in Den Haag is interessant. Binnen de Samenwerkingsagenda werkt de gemeente aan twee gebieden die bijna elkaars tegenpolen zijn. De Binckhorst is een voormalig bedrijventerrein dat transformeert naar een dichtbebouwde stadswijk. Den Haag Zuidwest is een bestaande naoorlogse wijk met een veel bredere sociaal-ruimtelijke opgave. Beide gebieden hebben een andere aanpak nodig om van toekomstbestendige gebiedsontwikkeling te kunnen spreken. Niet ieder gebied vraagt om dezelfde oplossing. Maar ieder gebied heeft wel baat bij kaders, gedeelde lessen en samenwerking tussen overheden.

Een sprekend voorbeeld is de typegoedkeuring van woningen die in de fabriek worden gemaakt. Als bouwers vooraf kunnen aantonen dat een woningtype aan alle technische eisen voldoet, zou een gemeente niet steeds opnieuw dezelfde bouwtechnische toets hoeven uitvoeren. Volgens Derksen kan dat veel capaciteit schelen en het proces van vergunningverlening aanzienlijk versnellen.

Niet opnieuw wiel uitvinden

Die behoefte aan een gezamenlijke richting klonk volop in het gesprek door. “Ik wil als gemeente zelf ook niet dat iedere gemeente eigen eisen gaat opleggen in een gebied”, zei Van Rijsbergen. “Gemeenten moeten niet ieder voor zich opnieuw uitvinden wat bijvoorbeeld netbewust bouwen, CO2-reductie of nieuwe bouweisen precies betekenen. Dat kost tijd en schaarse menskracht, en leidt tot versnippering. Daar zie ik een belangrijke rol voor het Rijk: landelijk duidelijkheid bieden, zodat gemeenten sneller kunnen handelen en marktpartijen weten waar ze aan toe zijn.” Derksen is het daar volmondig mee eens.

Ook capaciteit kwam op tafel. Op de bouwplaats zijn steeds minder handjes beschikbaar en gemeenten hebben te maken met schaarste aan mensen en middelen. Van Rijsbergen: “Dat maakt de noodzaak van samenwerking nog groter.” Den Haag moet de komende jaren grote aantallen woningen realiseren, terwijl vergunningverlening, gebiedsontwikkeling en beleidsvernieuwing tegelijkertijd doorgaan. “In die context is iedere versnelling in werkwijze welkom.”

Voorhoede nodig

Hoe krijg je organisaties in beweging? “Je hebt een voorhoede nodig”, zei Van Rijsbergen. Derksen: “Niet iedere ambtenaar hoeft voortdurend met innovatie bezig te zijn, maar organisaties hebben wel mensen nodig die nieuwe werkwijzen verkennen en anderen daarin meenemen.” Tegelijk maakten beide sprekers duidelijk dat verandering nooit van één laag kan komen. Pas als bestuur, management en uitvoerende praktijk elkaar vinden, ontstaat ruimte om anders te werken.

Ook de onderlinge samenwerking tussen Rijk en gemeenten kwam scherp naar voren. “We zijn één overheid”, zei Derksen stellig. “Dat is makkelijk gezegd, maar in een tijd van verkokering, capaciteitsdruk en stapelende opgaven moeten we daarvoor ook echt willen gaan. Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling vraagt niet alleen om innovatie, maar ook en vooral om samenwerking die innovatie uitvoerbaar maakt. Daar komt die T van toepassen van het begin weer terug. Toepassen om vervolgens in meerdere gemeenten te kunnen opschalen.”

Verwante artikelen

Laat een reactie achter

Scroll naar boven
Ga naar de inhoud