Het proces van vergunningverlening neemt vaak veel tijd in beslag. Zeker bij complexe bouwplannen, waar veel regels, belangen en deskundigen samenkomen. Maar wat als die regels deels al vóór een aanvraag automatisch kunnen worden getoetst? Binnen het Europese project Open Innovation for Verified Automation (OIVA) onderzoeken partijen hoe digitale regelgeving en geautomatiseerde compliance kunnen bijdragen aan een sneller en beter voorspelbaar proces.
Meerdere DMI-deelnemers werken binnen OIVA samen aan die uitdaging: hoe vertaal je regels naar een digitale, toetsbare versie? En hoe zorg je ervoor dat de kennis en oplossingen vervolgens ook breder bruikbaar worden? Gemeenten brengen praktijkervaring en concrete vraagstukken in, terwijl kennisinstellingen en technologiebedrijven onderzoeken hoe die met digitale oplossingen kunnen worden aangepakt. Vanuit het DMI-netwerk zijn naast de gemeenten Eindhoven en Helmond ook Future Insight, Abykys, de Universiteit van Amsterdam en TNO betrokken.
Van regels naar digitale toetsing
OIVA richt zich op het automatiseren van compliance: regels worden machineleesbaar gemaakt en gekoppeld aan data en digitale modellen. In de gebouwde omgeving kan dat bijvoorbeeld betekenen dat een BIM-model automatisch wordt getoetst aan vergunningseisen.
“Europa realiseert zich echt wel dat haar regels vertraging veroorzaken”, zegt Dennis Groot, vanuit Abykys betrokken bij DMI en verbonden aan het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. “De vraag die binnen OIVA centraal staat, is: hoe kunnen we die compliancedruk zoveel mogelijk automatiseren en versnelling aanbrengen in het overall proces?”
Daarvoor is eerst een vertaalslag nodig. Een regel in een wet of beleidsstuk is voor mensen leesbaar, maar daarmee nog niet automatisch door een computer te toetsen. De Universiteit van Amsterdam onderzoekt hoe de interpretatie van zulke regels kan worden geprogrammeerd, zodat vervolgens kan worden gecontroleerd of een handeling of proces aan de regels voldoet.
Juist die interpretatie is volgens Groot cruciaal. “We kennen de wet, maar hoe gaan we die nou interpreteren? Is dat wat eruit komt, ook werkbaar voor iedereen?” Door interpretaties digitaal vast te leggen en herbruikbaar te maken, kan volgens hem een meer uniforme toepassing van regels ontstaan.
Dat wordt onder meer onderzocht in de case van gemeente Helmond. Daar staat de vraag centraal hoe datagedreven besluitvorming juridisch valide, uitlegbaar en reproduceerbaar kan blijven. De Archiefwet is daarvan een concreet onderdeel. “Hoe voldoe je aan de Archiefwet als je op deze manier de besluitvorming inricht?” vertelt Groot. Daarmee gaat de Helmondse case niet alleen over techniek, maar ook over de juridische borging van digitale besluitvorming.
De winst begint vóór de vergunningaanvraag
Voor de gemeente Eindhoven ligt een belangrijk deel van de potentiële winst nog eerder in het proces. Vooral vóórdat een formele vergunningaanvraag wordt ingediend, ziet Niels Wiersma mogelijkheden om tijdverlies en onnodige afstemming te voorkomen.
De gemeente wil in die fase al een gezamenlijk beeld krijgen van wat er gerealiseerd gaat worden. “Zodat daarover geen ruis meer kan ontstaan en we ons kunnen concentreren op de dingen waarover we echt nog afspraken met elkaar moeten maken.”
Daar ligt volgens Wiersma ook de grote belofte van OIVA: dat een initiatiefnemer zijn plan zoveel mogelijk zelf geautomatiseerd kan laten toetsen en valideren. De regelgeving is nu volgens hem soms “een brij van regels”. Door die slimmer te structureren, kunnen initiatiefnemers eerder duidelijkheid krijgen en heeft de gemeente tijdens het vergunningproces minder werk.
Dat is vooral relevant bij complexe vergunningen. “Daarbij zijn zo’n tweeëntwintig verschillende adviesgroepen betrokken, waaronder ook partijen buiten de gemeentelijke organisatie, zoals de brandweer”, vertelt Wiersma. Als ergens in het proces een wijziging nodig blijkt, volgen nieuwe afstemmingsrondes.
“Wanneer je juist aan de voorkant al de kwaliteit hebt verhoogd, biedt dat absoluut voordelen. Dan wordt het vervolg meer een toets van iets dat eerder al goed is voorbereid, in plaats van dat tijdens een lopende procedure nog grote veranderingen nodig blijken.”
Binnen OIVA brengt Eindhoven daarom concrete cases in. Samen met TNO, bouwbedrijven en ontwikkelaars wil de gemeente bepalen waar in het voortraject de grootste onduidelijkheden en tijdvreters zitten. “Wij willen graag weten welke mogelijkheden er zijn om ons proces te versnellen, maar vooral ook hoe we aanvragers van een vergunning kunnen helpen om in het voortraject sneller duidelijkheid te krijgen.”
Bouwen op bestaande technologie
Waar Eindhoven vooral praktijkvragen inbrengt, kijkt Future Insight naar de technologische mogelijkheden. Het bedrijf ontwikkelde eerder, in opdracht van de EU en het ministerie van Estland, een BIM-oplossing waarmee ontwerpers hun model aan regels kunnen toetsen en de vergunningverlening zo kan worden versneld.
In Estland wordt de oplossing actief gebruikt. “Ontwerpers kunnen hun werk in onze tool uploaden en het ontwerpproces laten beoordelen. Voordat een aanvraag voor een vergunning wordt ingediend, is het ontwerp dan dus al gecheckt”, vertelt Mirella Hilgenkamp van Future Insight.
Binnen OIVA wil Future Insight daarop voortbouwen. Een belangrijke vraag is wat AI kan toevoegen. “Kunnen we dit soort regels, met behulp van AI, al automatisch uit bijvoorbeeld een bestemmingsplan of omgevingsplan filteren? Zodat je niet blanco start. Wat is ervoor nodig om dat betrouwbaar te kunnen doen?”
Vervolgens moet worden onderzocht hoe die regels eenvoudig kunnen worden geconfigureerd in bestaande oplossingen. Samenwerking is daarbij essentieel. “We zijn nu aan het onderzoeken wie welk stukje van de puzzel heeft en hoe we die stukjes kunnen samenbrengen.”
Volgens Hilgenkamp is juist de combinatie van partijen een kracht van het project. “Ik denk dat dat wel mooi is aan dit consortium met zowel kennisinstellingen en commerciële partijen als ook gemeenten. Alle bloedgroepen zijn vertegenwoordigd.” Dat de partijen elkaar al deels kennen vanuit DMI vanuit het onderwerp digitale stadsontwikkeling helpt daarbij. Wiersma: “We weten wat we aan elkaar hebben.”
Technologie ondersteunt, de mens beslist
Automatische toetsing betekent nadrukkelijk niet dat een computer straks zelfstandig over vergunningen beslist. Een deel van de formele eisen leent zich mogelijk goed voor automatische controle, maar ruimtelijke ontwikkeling draait ook om beleidskeuzes en het afwegen van belangen.
“Eigenlijk gaat het erom de mens te voorzien van de benodigde informatie om de juiste keuze te maken”, zegt Wiersma. “De technologie moet daarin ondersteunend zijn. Zowel in het voortraject als tijdens het vergunningsproces blijft menselijke beoordeling nodig.”
Automatisering kan er tegelijkertijd voor zorgen dat schaarse deskundigheid beter wordt ingezet. “Als de betrokken collega’s niet meer de volledige papierberg hoeven te doorlopen, kunnen zij zich richten op de hoofdlijnen en het inhoudelijk advies.”
Van praktijkcase naar bredere toepassing
De waarde van OIVA zit daarmee niet alleen in één toepassing of gemeentelijke pilot. Het project brengt regelgeving, governance, technologie en praktijk bij elkaar en levert kennis op die ook voor andere toepassingen bruikbaar kan zijn.
Voor Groot is dat een belangrijke reden om sowieso vanuit DMI bij Europese onderzoeksprogramma’s betrokken te zijn. “Door mee te doen met een Europese call als deze zorgen we ervoor dat DMI bij dergelijke thema’s een haakje met Europa houdt. Tegelijkertijd helpt het bij het ontwikkelen van concrete hulpmiddelen en het digitaliseren van regelgeving die ook binnen DMI heel relevant is.”
Ook de kennis over juridisch valide, uitlegbare en reproduceerbare digitale besluitvorming kan breder worden benut. Dat maakt de ervaringen uit OIVA relevant voor andere gemeenten die steeds meer werken met digital twins en datagedreven besluitvorming.
Voor Hilgenkamp is schaalbaarheid uiteindelijk een belangrijke graadmeter voor succes. “Als we dit binnen DMI kunnen laten landen en het zo beschikbaar kunnen stellen voor gebruik door andere gemeenten, dan zetten we echt een mooie stap. Niet alleen aantonen dat de technologie werkt, maar een case ontwikkelen waarvan ook andere gemeenten zeggen dat ze ermee verder kunnen.”
Voor Eindhoven hoeft succes niet per se te betekenen dat aan het einde van OIVA een volledig nieuw vergunningsproces klaarstaat. Wiersma ziet het project vooral als een leertraject: kennis opbouwen binnen de organisatie, medewerkers betrekken die hier dagelijks mee werken en ervaringen delen.
“Als wij onze ervaringen kunnen delen, dan krijgen we daar misschien ook weer waardevolle reacties op terug. Andere gemeenten kunnen op onderdelen verder zijn en hun eigen kennis inbrengen. Die uitwisseling is een voordeel van een ecosysteembenadering zoals bij DMI.”
OIVA staat nog aan het begin. Welke regels blijken geschikt om automatisch te toetsen? Waar blijft menselijke afweging noodzakelijk? En welke oplossingen blijken ook buiten de eerste praktijkcases bruikbaar?
Juist door die vragen gezamenlijk te onderzoeken, kan de kennis uit OIVA verder reiken dan afzonderlijke pilots. Voor DMI ligt daar een belangrijke kans: ervaringen verbinden, kennis hergebruiken en samen ontdekken wat daadwerkelijk breder toepasbaar is.
Meer weten over digitale vergunningen? Kom dan naar de DMI-dag op 2 december 2026 in Amersfoort!