Hoe Zwolle reizigers verleidt om anders te reizen

Zwolle groeit. En dat betekent meer woningen, meer bezoekers en meer verkeer. Slimme oplossingen kunnen helpen om de stad bereikbaar en leefbaar te houden. Met het digitale platform MobilityWeb test Zwolle of financiële prikkels reizigers kunnen verleiden om anders te reizen. Dana Zijlmans, adviseur digitale innovatie: “We willen nu leren wat werkt. Zo zijn we er klaar voor als de druk op de stad straks nog verder toeneemt.”

Nieuwe woningen, meer economische activiteit en een groeiend aantal bezoekers aan de binnenstad zorgen voor extra verkeersbewegingen. En dus concludeert Zijlmans: “Op een gegeven moment moeten we slimmer opereren. Dat betekent sturen op hoe, waar en op welk moment mensen zich verplaatsen.”

Netwerk van mobiliteitshubs 

Om die bewegingen in goede banen te leiden, werkt Zwolle aan een samenhangend netwerk van mobiliteitshubs. Dat zijn plaatsen aan de rand van de stad, in wijken en nabij het centrum, elk met een eigen functie. Zo zijn er hubs aan de stadsrand waar bezoekers hun auto parkeren en overstappen op bijvoorbeeld fiets of openbaar vervoer, wijkhubs die zich richten op deelmobiliteit voor bewoners en centrale hubs die vooral inspelen op kort parkeren en een goede aansluiting op voorzieningen in de binnenstad. Zijlmans: “Het netwerk helpt om verkeer slimmer te spreiden, parkeercapaciteit beter te benutten en ruimte vrij te maken voor woningbouw, groen, fietsen en wandelen.  Dat draagt bij aan een aantrekkelijker leefomgeving.”

De fysieke ingrepen zijn één kant van de puzzel. De andere kant: het verleiden van bewoners, werknemers en bezoekers om ander keuzes te maken in het reizen. Minder vaak de auto en vaker kiezen voor een alternatief, zoals het openbaar vervoer en de fiets. Dat levert niet alleen CO2-winst op, maar moet ook de drukte tegengaan. Mobilityweb helpt hierbij en ondersteunt daarmee de strategie van Zwolle.

 

Zo werkt het met MobilityWeb

MobilityWeb verbindt parkeren, openbaar vervoer, deelmobiliteit en mobiliteitshubs in één digitaal platform. Het uitgangspunt is niet om elke autorit te laten verdwijnen, maar om reizigers vaker te laten kiezen voor een logische combinatie: de auto parkeren op een geschikte plaats buiten of aan de rand van een druk gebied en het laatste deel van de reis lopend, met de fiets, deelfiets, bus of trein afleggen. Zo kunnen gemeenten sturen op minder autoverkeer in kwetsbare of drukke delen van de stad, het beter benutten van parkeerlocaties en het bieden van aantrekkelijker alternatieven voor bewoners, werknemers en bezoekers. In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om parkeren op afstand in combinatie met de reis naar de eindbestemming. MobilityWeb kan registreren of iemand gebruikmaakt van een aangesloten parkeerlocatie en daarna overstapt op een alternatief vervoermiddel. Als de reiziger voldoet aan de vooraf ingestelde voorwaarden, zoals parkeren op een aangewezen locatie, reizen binnen een bepaalde periode of gebruikmaken van een specifieke vervoersoptie, kan automatisch een korting of ander voordeel worden toegekend.

 

Gewenst gedrag stimuleren 

“We kunnen dus als gemeente regelingen instellen om gewenst gedrag te stimuleren”, legt Zijlmans uit. “Dat kan bijvoorbeeld door het aantrekkelijker te maken om buiten de stad te parkeren en het laatste stuk met de deelfiets of bus te reizen. Maar er zijn meer knoppen waaraan je kunt draaien: denk aan regelingen voor specifieke doelgroepen, locaties of tijdstippen. Of aan prikkels die het gebruik van deelmobiliteit, openbaar vervoer of een andere parkeerlocatie aantrekkelijker maken.”

Zwolle test dat principe de komende twee jaren in twee praktijksituaties. De eerste richt zich op werknemers op en rond het bedrijventerrein Oosterenk. Het idee is dat zij hun auto parkeren aan de rand van de stad en vervolgens verder reizen met een deelfiets of bus. Deelnemers krijgen via MobilityWeb een financiële prikkel. De proef moet laten zien in hoeverre dit voordelen oplevert. Worden reizigers er daadwerkelijk door gestimuleerd anders te reizen? Draagt deze aanpak bij aan een ander mobiliteitsbeeld? Zijlmans: “Denk aan verminderde verkeer- en parkeerdruk rond drukke locaties en betere reisalternatieven voor werknemers en werkgevers.”

Inzicht in menselijk gedrag

De proef geeft ook inzicht in menselijk gedrag. Wat motiveert werknemers om hun routine te veranderen? Hoe belangrijk zijn factoren als reistijd, comfort en sociale veiligheid en financiële prikkels? En welke voorwaarden moeten worden ingevuld om dit concept op grotere schaal te laten werken?

Een tweede praktijksituatie speelt in het centrum. Zwolle onderzoekt of en hoe bezoekers in het weekend verleid kunnen worden om gebruik te maken van parkeergarages in de Spoorzone. Dat is het gebied achter het centraal station, gelegen tegen de binnenstad. Daar is in het weekeinde veel meer capaciteit beschikbaar. Vanuit daar kunnen bezoekers te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer verder reizen naar de binnenstad.

Tijdens de proef verkent Zwolle mogelijk ook of werknemers in de Spoorzone gebruik kunnen maken van parkeercapaciteit rondom het centrum. Dat als aanvulling op de dan vaak vollere garages in de Spoorzone. Zijlmans: “Zo ontstaat een wisselwerking waarbij parkeercapaciteit op verschillende momenten slimmer wordt benut. Ook hier kan MobilityWeb een korting of ander voordeel koppelen aan het gewenste gedrag.”

Creatiever en gerichter sturen

De kracht van het platform van MobilityWeb zit volgens Zijlmans vooral in de flexibiliteit. “We kunnen per doelgroep of locatie kijken welke regeling het beste past en echt komen tot een aanbod op maat. Zo kunnen we reizigers, bezoekers en werkgevers gerichter verleiden om andere keuzes te maken. Daarmee verandert ook onze rol als overheid: niet langer alleen aanbieder of facilitator van infrastructuur, maar regisseur van het mobiliteitssysteem als geheel. Door samen te werken met vervoersaanbieders en werkgevers ontstaat een gezamenlijke aanpak waaraan meerdere partijen bijdragen. Bijvoorbeeld aan de stimuleringsmaatregelen.”

MobilityWeb is een innovatieproject binnen het DMI-ecosysteem. Zijlmans: “De praktijksituatie in Zwolle is voor meerdere steden relevant. Een aantal steden is ook al betrokken. Zo leren we samen, doen we ervaring op en verkennen we hoe de aanpak later ook in andere steden kan worden toegepast. De praktijksituatie in Zwolle leidt daarmee tot een opschaalbaar en toepasbaar product voor andere steden.”

Leren wat werkt 

Zwolle bouwt de maatregelen stap voor stap op. Naar verwachting start het systeem in de tweede helft van 2026 met de eerste gebruikers. Daarna breidt Zwolle in samenwerking met betrokken bedrijven het aantal deelnemers geleidelijk uit. Die gefaseerde aanpak is bewust gekozen: de gemeente wil eerst ervaring opdoen met techniek, gebruik en gedrag, voordat het concept verder wordt opgeschaald.

Zijlmans verwacht niet meteen grote verschuivingen. “We zitten in een fase waarin de urgentie nog niet overal even hoog is. Maar juist daarom is het belangrijk om nu te leren wat werkt. Zo zijn we er klaar voor als de druk op de stad straks verder toeneemt.” Wat nu nog een proef is, kan dus uitgroeien tot een essentieel onderdeel van het mobiliteitsbeleid. Zijlmans tot slot: “De inzet van digitale sturing en de fysieke hubontwikkeling dragen eraan bij dat onze stad ook in de toekomst leefbaar en bereikbaar blijft.”

Verwante artikelen

Laat een reactie achter

Scroll naar boven
Ga naar de inhoud