Wie met programmamanager Joost van der Geest door het centrum en het Stationskwartier van Helmond loopt, ziet een stad die voor een ingewikkelde schaalsprong staat. In het centrumgebied moeten uiteindelijk ongeveer 10.000 woningen worden toegevoegd. Tegelijkertijd wil de gemeente de stad groener, aantrekkelijker en sociaal evenwichtiger maken. Dat vraagt om (digitale) samenwerking tussen verschillende domeinen binnen de gemeente. En om het pakken van kansen als deze zich voordoen.
Zo’n dertig DMI-deelnemers gingen tijdens de recente DMI-dag met Van der Geest mee op pad. De Programmamanager Centrum stelde dat de uitdaging van Helmond begint bij de structuur van de bestaande stad. “Het spoor, het kanaal en de Kasteel-Traverse vormen barrières. Mooie plekken liggen nu soms als eilanden naast elkaar, zonder een vanzelfsprekende verbinding. Bovendien bestaat het Stationskwartier uit uiteenlopende gebouwen, openbare ruimten en projecten die in verschillende perioden zijn gerealiseerd.”
Groei is geen doel op zich
Het resultaat is volgens Van der Geest op sommige plaatsen een onsamenhangend geheel. Daar komt een brede verzameling opgaven bij. “Nieuwe woningen vragen om bereikbaarheid, energie, uiteenlopende voorzieningen zoals scholen, zorginstanties en winkels en een kwalitatief goede openbare ruimte. De benodigde verdichting moet samengaan met klimaatadaptatie en vergroening. Ook willen we als gemeente meer ruimte geven aan voetgangers en fietsers en verschillende groepen bewoners combineren. Groei is daarmee geen doel op zich. De achterliggende ambitie is dat de stad niet alleen groter, maar vooral ook beter wordt.”
De gemeente werkt niet vanuit één masterplan waarin ieder bouwblok vooraf is vastgelegd. Er zijn visies, ruimtelijke principes en ambities, maar daarbinnen blijft ruimte om in te spelen op wat zich aandient. Van der Geest: “Dat past bij gebiedsontwikkeling in een bestaande stad. Een grondeigenaar kan met een plan komen, een bedrijf kan ruimte afstoten of een infrastructurele ingreep kan ineens nieuwe mogelijkheden bieden. Op zulke kansen moeten we kunnen inspelen.”
Ieder project moet raak zijn
De centrale gedachte is dat ieder afzonderlijk project ‘raak’ moet zijn. Van der Geest: “Het moet iets toevoegen aan de stad en tegelijkertijd passen binnen een groter verhaal.” Dat wordt zichtbaar bij het terrein van textielbedrijf Vlisco. De gemeente spreekt met het bedrijf over verduurzaming en een mogelijk compacter ruimtegebruik. “Daardoor kan ruimte ontstaan voor ontwikkeling, terwijl de werkgelegenheid in de stad behouden blijft. Bovendien kan het gebied een verbinding vormen tussen Suytkade, het Stationskwartier en het centrum.”
Ook de Stadse Aa laat zien hoe één ingreep verschillende doelen kan dienen. Van der Geest: “Het terugbrengen van deze waterloop gaat over cultuurhistorie, waterberging, klimaatadaptatie, verblijfskwaliteit en verbinding. De beek loopt door verschillende gebieden in de stad. Zo kan deze helpen de Helmondse ‘eilanden’ ruimtelijk en landschappelijk aan elkaar te knopen.”
Koersvastheid en flexibiliteit
“Deze manier van werken vraagt om een combinatie van koersvastheid en flexibiliteit”, vervolgt Van der Geest. “Zonder visie dreigt gebiedsontwikkeling een verzameling losse projecten te worden. Maar wie alles vooraf vastlegt, kan kansen missen die pas later ontstaan. Een visie geeft daarom bovenal een richting aan. En nieuwe initiatieven worden beoordeeld op hun bijdrage aan het geheel.”
De gemeente Helmond organiseert die samenhang via een programmateam waarin projectleiders en verschillende beleidsvelden samenkomen. Digitale hulpmiddelen helpen om gevolgen en wisselwerkingen zichtbaar te maken. Bij het EHAD-terrein gebruiken Helmond en TNO het Spatial Integral Assessment Framework om ambities te vertalen naar ruimtelijke ingrepen. Dat instrument brengt disciplines bij elkaar en ondersteunt het gesprek over onder meer toegankelijkheid, economische ontwikkeling, identiteit, sociale samenhang en duurzaamheid.
Tweede vorm van integraal werken
De wandeling door Helmond maakt zo een tweede vorm van integraal werken zichtbaar. “Naast samenwerking over domeinen gaat het over kansgericht ontwikkelen vanuit een gedeelde gebiedsvisie. Niet ieder pad ligt vooraf vast. Wel leggen we iedere nieuwe mogelijkheid langs dezelfde lat. Zo verandert een stad stap voor stap, zonder het grotere plaatje uit het oog te verliezen.”