Hoe maak je de CO2-impact van een nieuwe wijk zichtbaar, nog voordat de eerste schop de grond in gaat? Die vraag stond centraal in een gezamenlijk traject van de gemeente Deventer en Tygron. Aan een bestaande digital twin werd daarbij een CO2-module toegevoegd. Niet om de uitkomst van een ontwerp tot achter de komma door te kunnen rekenen, maar om in een vroege fase inzicht te hebben. Wat zijn de gevolgen van keuzes in materialen en bouwstromen voor de CO2-uitstoot?
Aanleiding is de ontwikkeling van Wechelerhoek, een nieuwe wijk in Deventer bestaande uit ruim 1.500 woningen. De ambities daar liggen hoog. Deventer wil een groene, toekomstbestendige wijk realiseren, met eigentijdse woonvormen en veel aandacht voor de omgevingskwaliteit. Arnoud van Sisseren, bij de gemeente Deventer betrokken bij circulair bouwen. “We voegen een groot aantal nieuwe woningen en wegen toe. Dat kost veel materiaal en dus hebben we ook veel CO2-uitstoot.”
Video CO2-analysetool
Impact meenemen in planfase
De vraag die daaruit voortkwam: kun je die CO2-impact al meenemen in de planfase? Dus niet pas wanneer een bouwer exact weet welk materiaal wordt gebruikt, maar juist wanneer nog wordt nagedacht over dichtheid, bouwhoogtes, woningtypen, wegen, parkeren en openbare ruimte. Zodat je daadwerkelijk op die uitstoot kunt sturen. “Het ontwerp is gekoppeld aan data over die CO2 in een digital twin”, zegt Van Sisseren. “Zodat je meteen in die ontwerpfase kunt laten zien wat er gebeurt als je bepaalde keuzes maakt.”
Volgens Florian Witsenburg, CEO van Tygron, was die vertaalslag de kern van het project. Er bestaan veel kengetallen over CO2-uitstoot van materialen, maar die zijn vaak gedetailleerd en gericht op latere fases van een bouwproject. In de stedenbouwkundige fase zijn de vragen anders. “Dan gaat het niet om de exacte straattegel”, zegt Witsenburg. “Maar om vragen als: willen we 1.500 woningen of 1.800 woningen? Willen we zeshoog of twaalfhoog? Waar komen wegen en welk deel van de openbare ruimte richten we in?”
Andere keuzes
Op de vraag of er al andere keuzes zijn gemaakt voor de wijk naar aanleiding van de CO2-analyse, antwoordt Van Sisseren: “We zitten midden in het proces voor dat gebied. Maar we nemen de resultaten zeker mee in de besluitvorming. Vooruitlopend daarop hadden we ook al bepaalde maatregelen genomen, zoals de aanleg van zo min mogelijk verharding waarmee je CO2 uitspaart.” Ook benoemt hij dat de vertaling naar het omgevingsplan ervoor heeft gezorgd dat de gemeente ruimte houdt in de planregels, zodat verschillende woningtypen, beukmaten of hoogtematen mogelijk blijven. “Zo is er later ruimte voor innovatieve duurzame oplossingen.”
De CO2-module is opgebouwd rond grotere stedenbouwkundige eenheden. Voor verschillende typen woningen, bouwblokken en vormen van verharding zijn CO2-kengetallen gekoppeld aan oppervlaktes en scenario’s. Zo ontstaat een richtinggevend beeld van de CO2-impact van een ontwerpvariant. Geen definitieve waarheid, maar een hulpmiddel om keuzes beter bespreekbaar te maken. Witsenburg noemt het nadrukkelijk een proof of concept. “Het is de bedoeling dat het vaker wordt ingezet en dat we het doorontwikkelen.”
Getallen aan hangen
De grootste meerwaarde van de CO2-analysetool, zit in het toepassen ervan in een vroege fase van gebiedsontwikkeling. Later in het proces kun je namelijk nog kiezen tussen het ene materiaal of het andere, maar dan liggen de grote ruimtelijke keuzes vaak al vast. In de initiatief- en verkenningsfase kun je nog spelen met dichtheid, typologie, ontsluiting en de hoeveelheid verharding. Van Sisseren: “We weten in deze fase nog niet welke bouwer wat gaat bouwen. Maar we weten wel iets over het aantal woningen, de typen woningen, of ze gestapeld of grondgebonden zijn en over de openbare ruimte. Dat zijn de grootste stromen. Daaraan kun je getallen hangen en gericht sturen op te maken keuzes.”
De tool is daarmee geen instrument dat één uitkomst voorschrijft. CO2 is één van de factoren in een bredere afweging. Dat naast bijvoorbeeld rekening houden met groen, mobiliteit, gezondheid, hittestress en parkeren. Maar de digital twin maakt die afwegingen wel concreter, met integraliteit als uitgangspunt. Volgens Van Sisseren is dat een belangrijk voordeel: “Bij het maken van die afwegingen wil je juist uitgaan van die samenhang. Niet ieder beleidsveld afzonderlijk langsgaan, maar samen kijken wat een keuze betekent voor meerdere doelen tegelijk.”
Aan knoppen draaien
Ook het visuele karakter helpt. Van Sisseren: “In plaats van abstracte tabellen ontstaat met een digital twin een digitaal beeld, waarin zichtbaar wordt wat er gebeurt als je aan bepaalde knoppen draait. Dat is belangrijk in gesprekken met collega’s. Je hebt echt even tijd nodig om elkaar te vinden. Als je dan het gezamenlijke plan in beeld ziet en er draait iemand aan die verschillende knoppen, dan zie je ineens wat er gebeurt. En dan valt het kwartje.”
Voor Deventer is het traject nog niet klaar. De eerste sessies hebben vooral laten zien dat de aanpak werkt en dat er behoefte is aan verdere verdieping. Van Sisseren zou graag verder gaan: “We willen er echt mee aan de slag en zijn bezig nieuwe werksessies in te plannen.” Denkbaar is bijvoorbeeld dat meerdere ontwikkelaars hun plannen in het systeem laden om te zien wat de CO2-impact is.
Adoptie minstens zo belangrijk
Voor andere gemeenten zit de les niet alleen in de techniek, maar vooral in de manier van werken. Witsenburg benadrukt dat adoptie minstens zo belangrijk is als de module zelf. “Technologie is niet de uitdaging. Het echte werk is: hoe ga je dit in gemeentelijke processen verwerken?” Dat vraagt om samen leren, kennis delen en ruimte creëren om te experimenteren. Van Sisseren vat het samen als een oproep om gewoon te beginnen: “Je moet het lef hebben om dit te gaan verkennen. Het is belangrijk dat we hier meer over te weten komen en vooral, dat we dat met elkaar delen.”
CO2-analysetool gefinancierd vanuit subsidie BZK
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelde via het Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw (IOP) een subsidie van 5,6 miljoen euro beschikbaar aan het DMI-ecosysteem om sneller digitale toepassingen in gebiedsontwikkeling te realiseren en deze op te schalen in de praktijk. DMI zet deze subsidie in om gemeenten te ondersteunen bij het sneller toepassen en opschalen van digitale werkwijzen voor complexe woningbouwopgaven. De ontwikkeling van de CO2-analysetool in Deventer is een van de toepassingen die hiermee is gefinancierd.