De gemeente Nijmegen is met maar liefst 108 dataproducten op dit moment een van de grootste data-aanbieders in de Producten en Data Exchange (PDX) van het DMI‑ecosysteem. Agethe Derkse, Chief Data Officer van Nijmegen, vindt het logisch om data op deze manier te delen. “Die data is van de burger. Anderen kunnen ervan leren of de data gebruiken om te verbeteren en te innoveren.”
Het delen van data is het gevolg van het principe dat al in 2016 door de gemeenteraad van Nijmegen werd vastgesteld: ‘Open, tenzij’. Derkse: “We hebben sinds 2016 een eigen open data‑portaal. De datasets die nu in de PDX staan, zijn voor iedereen extern al beschikbaar.” De koppeling naar de PDX was hierdoor verrassend eenvoudig. “Onze leverancier beheert zowel ons open dataportaal als het platform dat we voor de PDX gebruiken. Die heeft een technische koppeling gemaakt. Alles wat we op ons open dataportaal zetten, verschijnt daardoor automatisch ook in de PDX.”
Nieuwe datasets
Dat betekent dat de 108 producten niet statisch zijn: nieuwe datasets worden real‑time doorgezet. Voor andere gemeenten met een soortgelijk open dataportaal ligt dezelfde oplossing voor het oprapen. Derkse: “Voor gemeenten die al open data publiceren, is dit een eenvoudige stap.”
Het delen van data past voor Nijmegen nadrukkelijk in een bredere beweging. Gemeenten zoeken steeds vaker de samenwerking op. Ook omdat vraagstukken steeds vaker domeinoverstijgend zijn. Derkse: “Bijvoorbeeld in het fysieke domein, bij mobiliteit, gebiedsontwikkeling en duurzaamheidsopgaven. Daar raken steeds meer thema’s met elkaar verweven. Goede data is dan niet langer iets wat binnen één afdeling blijft. Die vormt de basis voor integraal beleid.”
Leren van andere gemeenten
Door datasets in de PDX te zetten, kan de ene gemeente leren van de andere, beschouwt de Chief Data Officer. “Niet alleen van de data zelf, maar vooral ook van wat ermee gedaan wordt. Denk aan projectaanpakken, beleidsvoorstellen en analyses. Als bijvoorbeeld Arnhem beleid uitwerkt voor deelmobiliteit, is het heel waardevol om te kijken hoe zij dat hebben gedaan, welke gegevens ze gebruikten en waarom dat bij hen tot een bepaalde aanpak leidde”, zegt Derkse.
“Ontwikkelaars van software kunnen met onder andere onze data aan de slag en daarop voortborduren”, vervolgt Derkse. “Daar profiteren wij uiteindelijk ook weer van.”
Wat publiceerde Nijmegen?
De 108 dataproducten variëren van basisregistraties tot thematische datasets. Een greep uit het aanbod:
- Autoverkeer en mobiliteitsstromen
- Betaald parkeren en parkeerzones
- Bomen en groenbeheer
- Woonplaatsen, wijken en buurten
- Beheer van openbare ruimte
- Informatie over het fysieke domein.
Sneller bij elkaar aankloppen
Het zijn precies die typen data die ook in andere steden gebruikt worden. Daarmee hoopt Nijmegen dat niet alleen bedrijven, maar ook gemeenten sneller bij elkaar kunnen aankloppen voor duiding, vergelijking of inspiratie. Hoewel de PDX nog maar net is gelanceerd — het platform is sinds het najaar van 2025 volledig operationeel — ziet Derkse potentie: “Je kunt het bijna vergelijken met een appstore. Het moet nog groeien, maar uiteindelijk vind je er data, tools en voorbeelden die je direct kunt inzetten.”
Onder voorwaarden delen
Voor Nijmegen is dit nog maar een eerste stap. Derkse ziet toekomst in het federatief datadelen, waarbij data bij de bron blijft maar onder voorwaarden gedeeld kan worden. Dat vraagt meer waarborgen en beveiliging. “Maar het delen van open data is een goed begin.” Het belangrijkste dat Derkse andere gemeenten wil meegeven: “Ga aan de slag. Deel wat je al hebt. Zeker als je open data toch al publiceert. Hoe meer we met elkaar delen, hoe beter we worden. Als stad, als overheid en als DMI-netwerk.”
Bannerfoto: © IntoNijmegen / Wilger Brevoord