Bas Warmerdam tijdens DMI-dag: “Als je het niet aan een tienjarige kunt uitleggen, snap je het zelf nog onvoldoende”

Auteur en consultant Bas Warmerdam was tijdens de DMI‑dag van 26 maart in Amersfoort de keynote speaker. Met zijn bedrijf ConsultingKids helpt hij organisaties door vastgelopen vraagstukken voor te leggen aan kinderen. DMI sprak hem na afloop van de sessies met DMI-deelnemers. “We moeten die terminale serieusheid in organisaties loslaten.”

 

Wat bedoel je met die terminale serieusheid?  

“Veel organisaties zitten gevangen in hun eigen ernst. Alles is complex, taai en zwaar en dat wordt bijna een op zichzelf staande identiteit. Terwijl die houding juist maakt dat je minder goed ziet waar het echt om gaat. Door het lichter te maken, door te spelen met metaforen en verbeelding, ontstaat er ruimte. Dan komt er weer energie in en kijk je door een andere bril naar wat er op tafel ligt.”

Je laat kinderen tussen de negen en twaalf jaar naar organisatievraagstukken kijken. Hoe werkt dat?

“We beginnen altijd bij het probleem van de organisatie: vaak gaat het om een complex vraagstuk over samenwerking, besluitvorming of verandering. Dat vertalen we eerst zodat een kind het kan snappen en erover wil meedenken. Dat is een cruciale stap. We halen het jargon eruit en maken er een verhaal van, vaak met een metafoor. Denk aan een koekjesfabriek, een school, een plein met een ijscokar of een zandbak. In dat verhaal bouwen we de echte spanningen en belangen van het vraagstuk in, maar dan in een wereld die kinderen herkennen. Daarmee gaan we langs bij een basisschool die wil meewerken.”

“Daarna volgt altijd een tweede vertaalslag. De ideeën van de kinderen brengen we terug naar de professionele context van de organisatie. We helpen expliciet om de inzichten te koppelen aan de echte situatie, zodat professionals snappen wat dit betekent voor hun praktijk. Het gaat dus niet om het kopiëren van kinderideeën, maar om het losmaken van vastgelopen denkpatronen. Wat je er gratis bij krijgt, is dat mensen weer open gaan staan voor opties waar ze eerder niet eens aan toe kwamen.”

Je benadrukt steeds dat vertalen naar kindniveau geen versimpelen is. Toch vinden veel professionals dat spannend. Waarom? 

“Omdat ze bang zijn dat ze iets kwijtraken. Alsof complexiteit gelijkstaat aan kwaliteit. Maar versimpelen betekent niet dat je het plat slaat. Het betekent dat je scherp kiest welke dynamiek echt centraal staat. Dat is juist moeilijk. Als je het verkeerd vertaalt, denken kinderen over iets anders na dan de kern van je probleem. Daarom is die vertaling zo cruciaal.”

Waarom kinderen tussen de negen en twaalf jaar?

“Zij kunnen abstract denken, maar zitten nog niet vast in aannames, organisatiepolitiek of ‘zo doen we dat nu eenmaal’. Ze voelen zich vrij genoeg om onverwachte dingen te zeggen. Dat levert andere perspectieven op dan volwassenen gewend zijn. Ze denken mee over wat er gebeurt in het verhaal, wat eerlijk is, wat raar voelt en wat anders zou kunnen. Daarbij komen vaak ideeën en oplossingsrichtingen naar voren die professionals zelf niet meer zien omdat ze zo diep in de context zitten.”

Je werkt met metaforen zoals koekjesfabrieken, ijsjeskarren en zandbakken. Wat doen die beelden?

“Beelden maken de problemen bespreekbaar. Als een kind zegt ‘dan moeten we de koekjesfabriek sluiten’, kan dat in een organisatie ineens wel gezegd worden. Niet omdat iemand dat persoonlijk vindt, maar omdat het uit een verhaal komt. Het is een veilige manier om lastige opties te verkennen zonder direct in politiek of defensief gedrag te schieten.”

Na de vertaling naar kinderen volgt bij jullie altijd een tweede stap terug naar de organisatie. Waarom is die nodig?

“Dat heb ik door schade en schande geleerd. In het begin dacht ik: kinderen lossen het op, klaar. Maar organisaties konden daar niets mee. Ze zagen de ideeën, maar herkenden hun eigen context niet meer. Daarom vertalen we de inzichten terug, samen met de organisatie. Zodat mensen zelf weer eigenaarschap voelen en snappen wat dit betekent voor hun praktijk.” 

Wat viel je op aan het publiek tijdens de DMI‑dag?  

“Je zag een duidelijke omslag tijdens de sessies met DMI-deelnemers. Het begon serieus en zwaar. Netcongestie, vraagarticulatie, versnellen van woningbouw… Allemaal grote thema’s. Maar gaandeweg zie je mensen ontspannen, lachen en weer openstaan. Terwijl het nog steeds over dezelfde inhoud gaat. Dat is het mooie: het probleem wordt niet kleiner, maar de benadering wel menselijker.”

Kun je deze manier van werken ook bij teams toepassen, zonder meteen kinderen te hoeven optrommelen? 

“Zeker. Alleen al de vraag ‘hoe zou ik dit uitleggen aan een tienjarige?’ is enorm krachtig. Doe dat eens met je projectgroep. Maak er een verhaal van. Teken het desnoods. Je zult merken dat je elkaar ineens beter begrijpt. Kinderen erbij halen is de ultieme vorm, maar het denken als een kind kan iedereen oefenen.”

Wat hoop je dat DMI-deelnemers meenemen uit jouw sessie?

“Dat ze morgen iets anders gaan doen. Al is het klein. Een experimentje, een andere vraag stellen of een gesprek anders voeren… Denk zoals een kind zou denken: zonder schaamte, met verbeelding en met een moreel kompas. En heb er een beetje lol in. Want als het alleen maar zwaar blijft, komt er sowieso geen beweging.”

Tot slot: “Eenvoud is geen vijand van diepgang. Als je het niet kunt uitleggen aan een tienjarige, snap je het zelf nog onvoldoende. Dat is geen zwakte, maar een uitnodiging om opnieuw te kijken.”

 

Geniaal of complete onzin…

Warmerdam vertelt dat mensen zelden neutraal reageren op het idee om kinderen mee te laten denken over complexe organisatievraagstukken. “Het is of ‘dit is geniaal’ of ‘dit is complete onzin’. Er zit eigenlijk niets tussen.” Die tweedeling ervoer hij ook zelf toen hij besloot zijn goedbetaalde baan op te zeggen om ConsultingKids te starten. Dat ging gepaard met twijfel. Vrienden verklaarden hem voor gek, anderen zagen meteen de kracht van het idee. Juist die spanning hoort volgens Warmerdam bij een vernieuwende benadering: wie bestaande denkkaders echt wil doorbreken, moet accepteren dat niet iedereen meegaat. “Als iedereen het meteen logisch vindt, doe je waarschijnlijk niets nieuws.”

Verwante artikelen

Laat een reactie achter

Scroll naar boven
Ga naar de inhoud