De gemeente Apeldoorn is nu ook te vinden op de Producten en Data Exchange (PDX) met een aanbod van mobiliteitgerelateerde data-items en kennisproducten. Het gaat om een selectie van datasets die nu vaak lastig vindbaar zijn, terwijl vrijwel elke gemeente over deze data beschikt. Volgens Bas Tutert, senior-adviseur mobiliteit bij de gemeente Apeldoorn, is dat ook precies de bedoeling: anderen in beweging krijgen.
“Mijn primaire drijfveer was niet om te kunnen benchmarken of vergelijken”, zegt Tutert. “Ik wilde data beschikbaar stellen waarvan ik weet dat andere gemeenten die ook hebben, maar die je nu nergens logisch en overzichtelijk tegenkomt. Terwijl ze van grote waarde kunnen zijn voor inzicht in en sturen op mobiliteit. Als we willen dat het gebruik van data en digitale tools gaat vliegen, moeten we dat samendoen en samenwerken.”
Aanbod Apeldoorn op PDX
Het aanbod van de gemeente Apeldoorn op de PDX vind je hier:
https://open.dmi.dexes.eu/nl/search/query/apeldoorn/filters/-/page/1
Data relevant voor beleidsvorming
Apeldoorn plaatste in totaal zeven items in de PDX, variërend van verkeerslichtendata en verkeerstellingen tot belparkeerdata (data van belparkeerders, betalers via automaat en vergunninghouders) en de zogenoemde rittenbak van de regiotaxi (ritten die WMO-cliënten maken met de regiotaxi). Daarnaast publiceerde de gemeente een dashboard en een overzicht van beschikbare mobiliteitsdata. Tutert: “Het gaat nadrukkelijk om data die relevant is voor beleidsvorming, analyse en productontwikkeling, maar die vaak achter organisatorische, technische of juridische drempels verborgen blijft. Juist daar zie ik de meerwaarde van de PDX.”
Rittenbak van de regiotaxi
“Datadelen is geen doel op zich”, benadrukt hij. “Het gaat erom dat anderen het voorbeeld volgen en hier iets mee doen. Dat overheden hun data actief gaan delen volgens bestaande standaarden. En dat marktpartijen nieuwe diensten ontwikkelen, inzichten genereren of producten bouwen waar wij als gemeenten weer van kunnen profiteren.”
Een goed voorbeeld is volgens hem de rittenbak van de regiotaxi. Die data bestaat in heel Nederland, maar is vanwege privacy en afspraken afgeschermd. Binnen het DMI-ecosysteem kan die data worden gestandaardiseerd en via de PDX onder duidelijke voorwaarden wel worden gedeeld. “Dat is nu precies het mooie ervan”, zegt Tutert. “Je kunt binnen een afgesproken kader met elkaar data uitwisselen, zonder dat je elke keer opnieuw bilaterale overeenkomsten hoeft af te sluiten.”
Kracht van de PDX
Daar zit volgens hem de kracht van de PDX. “Als elke gemeente alleen maar bestaande open data uploadt die je ook al bijvoorbeeld via data.overheid.nl of het CBS kunt vinden, dan creëren we opnieuw een oerwoud. Ik heb er bewust voor gekozen om juist die data te delen die nu moeilijk vindbaar is, maar die wel heel relevant is voor ons werkveld.”
Die keuze maakt het aanbod van Apeldoorn tot een expliciete uitnodiging, constateert Tutert. “Niet alleen aan marktpartijen, maar ook aan collega-gemeenten. Ik hoop dat andere gemeenten denken: hé, die data hebben wij ook. Laten we die ook beschikbaar stellen. Als Apeldoorn het heeft, en Amersfoort, en Zwolle, dan wordt het ineens interessant voor marktpartijen om ermee aan de slag te gaan.”
Landelijk dashboard
Ook het dashboard dat Apeldoorn op de PDX plaatste, past in die gedachte. Voor publieke mobiliteit bestaat nog geen landelijk dashboard, terwijl beleidsmakers wel behoefte hebben aan een samenhangend inzicht. Tutert: “Mijn hoop is dat een marktpartij dit ziet en denkt: hier zit een businesscase. Dan hebben wij er uiteindelijk ook iets aan.”
Het publiceren op de PDX kost zeker wat tijd en denkwerk, zegt Tutert. “Je moet goed nadenken over voorwaarden, definities en keuzes. Maar dat is ook logisch: je regelt hier iets dat verder gaat dan het beschikbaar stellen van open data. Het grote voordeel is dat die voorwaarden daarna vast liggen en voor iedereen gelijk zijn.”
Opschalen
Tutert komt tot slot met een oproep. “Ik zou vooral data erop zetten die veelzijdig relevant is, opschaalbaar en die je onder voorwaarden kunt delen. En dan ben ik heel benieuwd wat er ontstaat.” De bijdrage van Apeldoorn kan een begin zijn, benadrukt Tutert. “Zie het als een open uitnodiging. Aan gemeenten én aan marktpartijen. Denk maar aan het principe van ‘Zwaan kleef aan’. Want alleen als we samenwerken krijgt deze data echt waarde.”