Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) organiseert bijeenkomsten met overheden en marktpartijen die bij de aangewezen 25 grootschalige woningbouwgebieden betrokken zijn. Op 11 februari was er een eerste samenkomst in Alkmaar. Na een plenaire sessie schoven na de pauze de meer dan zestig aanwezigen aan thematische tafels. Met als centrale vraag: Hoe komen we tot datagedreven werken?
Iedere tafel richtte zich op één van de vragen over datagedreven werken. Hoe kom ik basis van data tot een goed geïnformeerde samenwerking? Hoe gaan we om met complexiteit? Hoe verkrijg ik de juiste beslisinformatie? Hoe kom ik van data tot informatie? Waar begin ik in de overvloed aan data? En: hoe betrek ik de juiste expertise? Juist door uiteenlopende disciplines – van data-experts en projectleiders tot stedenbouwkundigen en beleidsadviseurs, van publieke en private kant – met elkaar te laten praten, kwam boven water wat er op de werkvloer speelt.
DM-deelnemer Keulen: “Prettige balans”
Bauke Keulen van DMI-deelnemer gemeente Amersfoort was ook aanwezig. “De meeting had een prettige balans van verschillende disciplines. Mijn vrees was dat ik allemaal ICT’ers zou ontmoeten, maar die bleek ongegrond. Er was juist een overgrote meerderheid van andere ‘bloedgroepen’. In het gesprek aan tafel vond ik het waardevol om als zogenaamde expert iets te kunnen vertellen over de potentie van data en AI door een aantal voorbeelden te noemen. Daarbij ging het bij onze tafel vooral over samenwerking, het overbruggen van cultuurverschillen en het accepteren van complexiteit en risico.”
Het vraagstuk opknippen
Veel deelnemers herkenden zichzelf in het gevoel dat Anna Chojnacka, van Bouwlab, eerder tijdens de plenaire sessie benoemde als Everything, Everywhere, All at Once. De gelijktijdigheid van nieuwe tools, datastromen, regelgeving en verwachtingen kan overweldigend zijn. Ze maakte expliciet dat een kleine stap ook een stap is. Ook daarmee ga je voorwaarts. In kleinere groepen knipten deelnemers het vraagstuk op. Wat werkt? Wat niet? Wie heeft welke rol? En vooral: wat kun je morgen anders doen? Elke tafel besprak een andere invalshoek, maar in de opbrengsten tekenden zich vier duidelijke thema’s af.
Eigenaarschap en organisatiecultuur
Verschillende tafels benadrukten dat datagedreven werken een organisatievraagstuk is en niet iets wat beperkt blijft tot een afdeling ICT. Dat vraagt dus om een enthousiaste opdrachtgever. De oproep was dan ook concreet: zorg voor enthousiasme, een opdrachtgever en een team dat met een duidelijke opdracht met data aan de slag kan. Zonder al te veel belemmeringen. Functies zoals een datasteward of een project informatieanalist (PIA) werden genoemd.
Toegang tot tools en een eerlijk speelveld
De vraag “wat is er allemaal beschikbaar?” leidde tot een levendige discussie. De markt kent vele leveranciers en het aanbod is soms onoverzichtelijk. De angst voor een vendor lock-in klonk regelmatig: gemeenten willen experimenteren zonder direct vast te zitten aan één leverancier. Deelnemers pleitten daarom voor een onafhankelijk kennisplatform, waar gemeenten tooling kunnen vergelijken en waar aanbieders “proefpakketjes” kunnen aanbieden.
Juist daar kan DMI als collectief en met haar Producten en Data Exchange veel in betekenen. Via bijeenkomsten, events en de website deelt DMI veel kennis over datagedreven werken. Ook de Producten en Data Exchange is erg handig. De PDX is bij uitstek de plek waar vraag en aanbod bij elkaar komen en waar data gedeeld kan worden. En door gebruik te maken van Commons kunnen gemeenten laagdrempelig kennismaken met het beschikbare aanbod vanuit de markt. Als publiek-privaat netwerk faciliteert DMI dat.
Waar zit de meeste waarde?
Aan meerdere tafels werd geoordeeld dat de grootste versnelling van digitalisering en data te behalen is in de vroege fase van het planproces. Daar komen de meeste disciplines samen en daar is de informatiebehoefte het grootst. Als data daar goed wordt ingezet, ontstaan sneller gedeelde inzichten, betere afwegingen en minder vertraging. Daarbij werd het belang benadrukt van iemand die “de link legt tussen alle informatie die er wél is, maar nu te weinig wordt benut.”
Samenwerking, intern en extern
Samenwerking bleek structureel een uitdaging. Er zijn veel ICT-tools, maar het aanbod sluit nog onvoldoende aan op de vraag. Positief is dat er al wel veel meer kennis wordt gedeeld. Maar bij de volgende stap naar opschaling en standaardisering stokt het. Een van de tafels pleitte voor verplichte digitalisering van het planproces, zodat standaarden vanzelf ontstaan en samenwerking minder vrijblijvend wordt. Andere tafels benadrukten dat samenwerking begint bij een gezamenlijke inventarisatie: welk doel hebben we, welke data zijn al beschikbaar, en wie heeft welke rol?
Naar de praktijk
De opbrengsten van de tafels verdwijnen niet in een lade. Ze worden uitgewerkt tot input voor de bijeenkomst voor projectleiders van grootschalige woningbouwgebieden op 2 maart, waar een werkboek en actieagenda vormkrijgen. De bijeenkomst in Alkmaar liet zien dat er meer dan genoeg techniek voor handen is, dat er al inspirerende voorbeelden zijn en dat de wil er is. De uitdaging zit nu in het organiseren, verbinden en concretiseren. Oftewel: digitalisering versnelt pas echt als mensen, processen en data meebewegen.
Bannerfoto: Olivier Middendorp Fotografie.