Sessies communitydag: digital twin is gezamenlijke informatiebasis

Het programma Zicht op Nederland – Digitale Tweelingen van het ministerie VRO hield op 3 maart in de Prodentfabriek in Amersfoort samen met VNG, DMI en Geonovum een communitydag. DMI licht drie sessies uit.

Waar de plenaire onderdelen van de communitydag vooral het gezamenlijke verhaal vertelden, illustreerden de drie sessies hoe breed de Nederlandse beweging rondom digital twins inmiddels is. In verschillende zalen kregen deelnemers de kans om de praktijk van digitalisering, samenwerking en opschalen te zien.

Hoe verloopt de samenwerking in de keten?

 De sessie waarin ketensamenwerking centraal stond, onder begeleiding van Douwe Blanksma (GeoSquare Nederland) en Vera van Maaren, zette deelnemers midden in een nagebootst planproces voor gebiedsontwikkeling. Elke deelnemer kreeg een rol (inclusief uniek gekleurd petje) toebedeeld: stedenbouwkundige, projectontwikkelaar, digital twin-leverancier, procesmanager, woningcorporatie en beheerafdeling. Een werkvorm die bedoeld was om het gesprek los te maken en dat lukte.

De casus Dronten‑Zuid van Jan Nabers, directeur Dronten 2050, gaf de sessie een ankerpunt. Dronten staat voor een forse groeitaak: van 45.000 naar 60.000 inwoners, met duizenden nieuwe woningen op komst. Nabers schetste dat er verschillende belangen meespelen. Denk aan wat projectontwikkelaars willen, wat ontwerpers schetsen, wat de beheerafdeling aan digitalisering en data kan onderhouden, en wat de corporatie realistisch acht. “We moeten af van de informatieruis. Mensen horen andere dingen dan wat er staat, simpelweg omdat ze andere informatie hebben.”

Gezamenlijke informatiebasis

Daar ligt volgens hem de ruimte voor digital twins: als gezamenlijke informatiebasis, vanaf de eerste schets. Een deelnemer die in de rol van de beheerafdeling stapte, benadrukte dat een digital twin het onderhoudsdenken kan verbeteren. “Begin met het verzamelen van informatie over de bestaande situatie”, zei de ‘beheerder’. “Wat je aan de voorkant investeert, verdien je aan de achterkant meervoudig terug.”

Het spel bracht iets opvallends aan het licht: zodra informatie gedeeld werd via één digitale bron verdwenen meningsverschillen niet, maar werden ze bespreekbaar. ‘Ontwerpers’ gaven aan eerst duidelijkheid te willen over ambities en parameters. ‘Corporaties’ wilden scherpheid over sociale woningen en betaalbaarheid. De ‘projectontwikkelaar’ zei: “Zorg dat ik weet waar ik aan toe ben, dan kan ik bouwen.” De sessie liet zien dat digitalisering geen technologieproject is, maar een werkprocesverandering. Blanksma: “Het is een manier van samenwerken. Je moet elkaars logica snappen.”

Digitale tweelingen en Europa

In de tweede sessieronde konden deelnemers naar het Europese speelveld. Koos Boersma (Geonovum), Jan Wester (LDT CitiVERSE EDIC) en Patrick Knoester (ministerie van BZK) gaven inzicht in de nieuwe Europese structuren rondom digital twins, data spaces en interoperabiliteit. De belangrijkste trend: Europa verschuift van losse innovatieprojecten naar langdurige, gezamenlijke infrastructuren.

Boersma benoemde de unieke positie van Nederland: “We zijn misschien een klein land, maar we hebben veel ervaring met integraal en digitaal werken. Die kennis willen andere landen hebben.” Het European Digital Infrastructure Consortium (EDIC) moet landen helpen om succesvolle digitale oplossingen op te schalen, in plaats van te laten eindigen in rapporten of pilots. Wester: “We willen voorkomen dat geweldige projecten op de plank blijven liggen.”

Knoester wees op de rol van standaarden: “Interoperabiliteit is de gedeelde kern. Je kunt pas samenwerken als je elkaars taal spreekt.” Tegelijkertijd gaf Wester aan dat de EDIC geen top-downmodel wordt. Het moet juist groeien vanuit steden en regio’s zelf: “We moeten weten of bewoners, gemeenten en ontwikkelaars echt met digitale oplossingen uit de voeten kunnen. Anders werkt het niet.”

De sessie bracht ook de noodzaak van Europese soevereiniteit in digitale technologie naar voren. Denk aan alternatieven voor de Amerikaanse big tech, veilige clouddiensten en governance‑modellen. Het zijn serieuze thema’s waar EDIC‑partners zich over buigen. Europa wil niet per land opnieuw het wiel uitvinden, maar gezamenlijk een markt en infrastructuur neerzetten. Daarin worden ook digital twins breed gedragen.

Goed gekozen KPI’s

In de laatste sessieronde nam Niek Hendriks (gemeente Alkmaar) de deelnemers mee in één van de belangrijkste uitdagingen voor digitale tweelingen: hoe voorkom je dat je verdrinkt in data? Zijn antwoord: door te sturen op goed gekozen KPI’s. Digitale Tweeling Nederland ontwikkelt daarvoor een bibliotheek van indicatoren die gemeenten helpen om te werken met gedeelde definities.

Een gemeente kan pas echt simuleren, vergelijken en beleid maken als ze weet wat ze meet, stelde Hendriks. “Of het nu gaat om energieprestaties, verkeersdrukte of sociaal‑ruimtelijke leefbaarheid…” Vanaf volgende maand verschijnt een KPI‑bibliotheek op www.digitaletweeling.nl. Daar kunnen gemeenten niet alleen indicatoren downloaden, maar ook zien welke andere gemeenten dezelfde KPI’s gebruiken. Dat moet dubbel werk voorkomen en richting geven. “Want KPI’s zijn geen doel op zich”, benadrukte Hendriks. “Het echte doel is bijvoorbeeld een betere leefbaarheid of stappen zetten in duurzaamheid. Een KPI helpt alleen als je snapt wat erachter zit.”

Verwante artikelen

Laat een reactie achter

Scroll naar boven
Ga naar de inhoud