De energietransitie, klimaatverandering, woningbouw, verduurzaming: deze opgaven maken allemaal aanspraak op een ondergrond die voller is dan ooit. Tegelijkertijd wordt nog vaak ontworpen op basis van 2D-schetsen en pdf’s. Dat zorgt voor frictie, zo vertelt Marco Scheffers, strategisch adviseur data & digitalisering bij de gemeente Amsterdam: “De werkelijkheid is driedimensionaal, maar we ontwerpen nog regelmatig in 2D. Daardoor bestaat er een kloof tussen regels, beleid en dat wat zich daadwerkelijk in de ondergrond bevindt.”
En dat brengt dan weer risico’s met zich mee. Ontwerpen blijken in de praktijk niet uitvoerbaar, projecten lopen vertraging op door onverwachte vondsten en de kosten stijgen door noodgedwongen werk dat opnieuw moet worden gedaan. “We staan nog steeds regelmatig voor verrassingen. Denk aan oude funderingen, vervuiling of objecten die niet op de kaart stonden, maar die we wel in de praktijk tegenkomen”, zegt Binne Meijer, senior beleidsadviseur bij de gemeente Utrecht. “Dat levert overlast op voor bewoners, veiligheidsrisico’s voor aannemers en veroorzaakt vertraging in de realisatie van duurzaamheids- en bouwambities.”
Wat is parametrisch ontwerpen?
Parametrisch ontwerpen is ontwerpen met regels en variabelen, zodat het ontwerp automatisch meebeweegt en optimaliseerbaar wordt. In het ontwerpproces wordt een model gegenereerd op basis van data, relaties en parameters. In plaats van een statisch object te maken, definieer je de regels (in het algoritme) die bepalen hoe het object eruitziet. Wanneer je één waarde aanpast (bijvoorbeeld de hoogte van een gebouw), rekent de computer direct uit wat de gevolgen zijn voor de rest van het ontwerp, zoals de gevelstructuur of de hoeveelheid materiaal.
Aantal ruimteclaims neemt toe
Daar komt bij dat de ruimteclaims op de ondergrond toenemen. Warmtenetten, extra elektriciteitscapaciteit, waterberging, riolering en vergroening concurreren om dezelfde beperkte ruimte. “Het is de grote strijd: opgaven enerzijds en beschikbare ruimte anderzijds”, vat Meijer samen. “Dan helpt het enorm als je vroegtijdig inzicht hebt in waar knelpunten kunnen zitten.”
Belofte parametrisch ontwerp
Parametrisch ontwerpen biedt een manier om beelden en data van de boven- en ondergrond vooraf integraal te bekijken, scenario’s door te rekenen en realistische keuzes te maken. “Het parametrische aspect gaat ons helpen om afwegingen beter te maken en ruimteclaims eerlijker te verdelen”, zegt Meijer. “Ontwerpers werken niet langer alleen met creatieve schetsen, maar ook met digitale objecten die technische eigenschappen, regels en onderlinge afhankelijkheden kennen.”
Dat betekent niet dat creativiteit verdwijnt. Rosan van Wilgenburg, businessanalist bij de gemeente Amsterdam, benadrukt dat parametrisch werken juist inzicht geeft: “Het systeem reageert op keuzes, laat consequenties zien en geeft feedback. Dat werkt sneller, transparanter en veel meer integraal.” Toch gaat het bij parametrisch ontwerpen ook om gewenning. Meijer: “Dit is nieuw. Je hebt voorlopers die al werken met de nieuwste tooling, maar ook ontwerpers die het liefst nog met pen en papier schetsen. Voor hen is het wennen.”
Wat is er al en hoe volwassen is het?
Om het speelveld te overzien startten Amsterdam, Utrecht, Den Haag en andere gemeenten aangesloten bij ISOR een verkennend onderzoek. ISOR is het Platform Integrale Samenwerking Openbare Ruimte, een samenwerkingsverband van Nederlandse gemeenten, de rijksoverheid en kennisinstellingen. De opdracht voor het onderzoek werd gewonnen door Haskoning/Novius. Het onderzoek loopt tot mei 2026. Het doel: de huidige stand van zaken in kaart brengen van tools, data, platforms en werkprocessen voor parametrisch ontwerp van de openbare ruimte.
Eerste gesprekken gehad
“Het onderzoek moet laten zien wat er al bestaat, waar de kansen en blinde vlekken zitten en hoe volwassen de verschillende oplossingen al zijn”, zegt Bart Schrijver, strategisch adviseur geo-informatie bij de gemeente Den Haag. Meijer vult aan: “In het kader van dat onderzoek hebben we al de eerste gesprekken gehad met gemeenten en marktpartijen. Daaruit komt een rode draad. We hebben handboeken, NEN-normen en CROW-richtlijnen, maar die zijn niet altijd digitaal toepasbaar. Tegelijkertijd hebben we geodata die de werkelijkheid toont. Het samenbrengen van die werelden is complex.”
Partijen mobiliseren
De betrokken gemeenten zoeken vooral naar duidelijkheid en een gezamenlijke route vooruit. “We willen weten wat de meest logische vervolgstap is”, zegt Meijer. “Gaan we verder met wat er al is? Ontbreekt er nog iets en moeten we iets nieuws laten ontwikkelen? Of combineren we het beste van meerdere oplossingen?”
Digitale, schaalbare tooling
De kern van de uitvraag: digitale, schaalbare tooling waarmee ontwerpers integraal kunnen ontwerpen. In 3D, boven- en ondergrond samen, op basis van objecten waar parameters en regels aan hangen. De oplossing moet breed inzetbaar zijn door meerdere gemeenten. Het te ontwikkelen model moet vrij zijn van afhankelijkheden. Schrijver: “Kortom, het moet niet exclusief bij één leverancier belanden. Het moet ten goede komen aan de Nederlandse samenleving als geheel. We zoeken een open ontwikkelmodel waarbij we samen verder kunnen bouwen aan iets dat herhaalbaar en schaalbaar is.”
Niet opnieuw wiel uitvinden
De gemeenten zien parametrisch ontwerpen als sleutel voor versnelling. Niet alleen voor het efficiënter ontwerpen van gebieden, maar ook voor het opschalen van warmtenetten, versnellen van woningbouw en het beter benutten van de bestaande infrastructuur. “Je hoeft niet voor elke straat opnieuw het wiel uit te vinden”, zegt Meijer. “Generieke concepten versnellen en verbeteren de hele keten: ontwerp, vergunning, uitvoering en beheer.” Maar dan wel gezamenlijk. Scheffers: “Dit kan geen enkele gemeente alleen. We moeten het samen doen met andere steden, netbeheerders, marktpartijen en kennisinstellingen. Alleen dan komen we tot een uniforme, digitale ontwerpketen die echt werkt.”