“Door samen te werken, leggen we de puzzel van de omgevingsvisie sneller ”

Hoe maken we de Omgevingsvisie meetbaar? Deze vraag stond centraal tijdens een van de deelsessies tijdens de DMI-dag op 19 november in Amersfoort. Overheden, bedrijven en kennisinstellingen werken binnen DMI samen aan een gezamenlijke monitoringsaanpak. Doel is inzicht te verkrijgen in de voortgang, tijdig bij te kunnen sturen en samen toe te werken naar de verstedelijkingsdoelen van Nederland.

“Meten is weten, iedereen kent die uitspraak wel. Meten is essentieel om resultaten te kunnen volgen, beleid te kunnen bijsturen en zo ambities waar te maken”, benadrukte Roy Boertien van het DMI Programmabureau. Hij schetste hoe door deelnemers binnen het ecosysteem de afgelopen twee jaar een stevige basis is gelegd voor een gezamenlijke en uniforme manier van monitoren. Indicatoren vormen daarbij een sleutel: ze maken abstracte ambities concreet meetbaar en onderling vergelijkbaar.

“In het voorjaar hebben we verschillende gemeenten bevraagd op hun ervaringen. En dan blijkt dat iedereen worstelt met dezelfde vragen: welke indicatoren gebruik je, hoe bepaal je de waarden en welke data is betrouwbaar? Door samen te werken en kennis te delen, kunnen we die puzzel sneller leggen.”

Gezamenlijk plan van aanpak
Gewerkt wordt aan een gezamenlijk plan van aanpak voor 2026. Dat behelst onder andere het verbreden van het netwerk. Beleidsdomeinen en organisaties worden verbonden om kennis en data te delen. “Samenwerking maakt benchmarking makkelijker en voorkomt dat iedereen opnieuw het wiel moet uitvinden”, aldus Boertien. Daarnaast voorziet het plan in meer afstemming. Via werksessies en praktijkproeven wisselen gemeenten ervaringen uit over indicatoren en dashboards. Een van de gemeenten die hiervan gebruik maakt, is Amersfoort. GIS-specialist Emiel Dopper: “We willen zoveel mogelijk beschikbare databronnen gebruiken. Maar duurzame bronnen vinden blijft een uitdaging. Je wilt niet dat een dataset na twee jaar verdwijnt.”

Een volgende pijler is toetsing. Indicatoren worden getest in pilots. Zo ontstaat een robuuste systematiek die breed toepasbaar is. Eric Tol, consultant van TNO, lichtte toe: “We matchen de vraagkant – beleidsdoelen – met de aanbodkant: bestaande indicatoren. Zo bouwen we een set die echt werkt. Zijn er hiaten, dan ontwikkelen we samen nieuwe indicatoren.”

Tenslotte voorziet het plan van aanpak in duidelijke afspraken over beheer en gebruik. Een open indicatorenregister moet zorgen voor transparantie en herbruikbaarheid. Boertien: “Als indicatoren gevalideerd zijn door vakinhoudelijke kennispartijen, kunnen gemeenten, provincies en ministeries ze direct toepassen. Dat scheelt enorm in tijd en zorgt voor consistentie.”

Omgevingsvisie Amersfoort
De gemeente Amersfoort presenteerde tijdens de sessie haar aanpak om de omgevingsvisie Gezond Samenleven meetbaar te maken. Dopper: “Monitoring is onderdeel van de beleidscyclus in de Omgevingswet. Wij kiezen ervoor om zowel op het niveau van de omgevingsvisie als op beleidsprogrammaniveau te monitoren.”

Amersfoort werkt met een set van ruim zeventig indicatoren, verdeeld over zes pijlers. Voorbeelden zijn luchtkwaliteit, groen per woning en mobiliteit. Uitdagingen zijn er volop, aldus Dopper. “Het ontbreekt vaak aan SMART-doelstellingen. Niet alle omgevingsprogramma’s zijn afgerond en duurzame databronnen zijn dus lastig te vinden. Het gesprek over indicatoren helpt ons om beleid scherper te formuleren. Zo willen we elke twee jaar een update geven, zodat we kunnen bijsturen en conflicterende doelen zichtbaar kunnen maken. Het halen van de ene norm knelt dan met een andere opgave.” Als voorbeeld noemt Dopper de indicator ‘vierkante meter groen per woning. “Die ambitie kan botsen met parkeernormen en woningdichtheid. Monitoring maakt die spanning zichtbaar en dwingt om keuzes te maken.”

Open indicatorenregister
Vanuit DMI werken partijen aan een open indicatorenregister. Tol legt uit: “We hebben ongeveer 70 indicatoren in beeld voor acht domeinen. Het stappenplan is simpel. Ten eerste inventariseren we welke acties en doelen er zijn. Vervolgens bepalen we welke componenten moeten worden gemeten. En tot slot matchen we met bestaande indicatoren.”

Doel is te komen tot een dashboard dat niet alleen de huidige situatie toont, maar ook scenario’s kan doorrekenen. Tol: “Je kunt straks zien wat er gebeurt als je bijvoorbeeld parkeervoorzieningen vermindert of inzet op meer openbaar vervoer. Het dashboard helpt om beleid en effecten inzichtelijk te maken.”

Standaardisering is cruciaal, zo werd duidelijk tijdens de sessie. Gemeenten willen indicatoren kunnen vergelijken en hergebruiken. “Het is een uitdaging, maar het maakt samenwerking met de markt makkelijker en zorgt voor schaalbaarheid”, aldus Boertien.

Verwante artikelen

Laat een reactie achter

Scroll naar boven
Ga naar de inhoud