Het programma Zicht op Nederland – Digitale Tweelingen van het ministerie VRO hield op 3 maart in de Prodentfabriek in Amersfoort samen met VNG, DMI en Geonovum in een communitydag. DMI tekende de belangrijkste inzichten op. “Digital twins zijn geen doel op zich, maar een middel om betere en snellere besluiten te nemen.”
De toon van de dag werd gezet door Lianne Sleebos, programmamanager van Zicht op Nederland – NLDT (ministerie VRO). “Het gaat erom dat je beter kunt oordelen en betere besluiten kunt nemen”, zei Sleebos. “We ontwikkelen digitale hulpmiddelen, maar altijd in dienst van de maatschappelijke opgaven.” Volgens haar staat Nederland aan het begin van een periode waarin samenwerking belangrijker wordt dan technische perfectie. Immers, het probleem is niet het aantal technische oplossingen, maar juist de samenhang. Het ministerie van VRO, VNG, DMI en Geonovum trekken daarom steeds intensiever samen op.
Cijfers laten zien waar we staan
Via Mentimeter.com vroeg de organisatie de 250 aanwezigen naar de uitdagingen rondom digitale tweelingen. Gebruikers waardeerden de mate van samenwerking met andere organisaties voor digitale tweelingen met 2,7 op een schaal van 5. Leveranciers kwamen uit op 2,9. De urgentie om met digital twins aan de slag te gaan werd door gebruikers beoordeeld met slechts 2,6. Sleebos noemde die cijfers “eerlijk en belangrijk om te laten zien waar we staan”.
Lees verder over de sessies
Waar de plenaire onderdelen van de communitydag vooral het gezamenlijke verhaal vertelden, illustreerden de drie sessies hoe breed de Nederlandse beweging rondom digital twins inmiddels is. Lees hier het artikel over de sessies.
De reacties uit de zaal wezen op herkenbare verschillen tussen overheidslagen. Een vertegenwoordiger van Rijkswaterstaat verwoordde het zo: “We zijn intern heel sterk bezig: onze datastructuren op orde maken, tactische en strategische lijnen trekken. Maar we weten dat het moment komt dat we naar buiten moeten.” Gemeenten erkenden dat zij bijna tegenovergesteld opereren. “Wij kijken heel veel naar buiten”, zei een gemeentelijke beleidsmedewerker. “Maar intern missen we soms nog de basis.” De gulden middenweg is duidelijk nodig: een sterke interne organisatie en een goed verbonden ecosysteem.
Resultaten van experimenten
In de middag werden de resultaten gepresenteerd van het nLDT-testbed Digital Twin as a Service. Bart De Lathouwer, Gineke van Putten (beiden (Geonovum) en Vince Doelman (Avineon Tensing) gaven uitleg. Het testbed is een gezamenlijk ontwikkelprogramma binnen Zicht op Nederland – nLDT. Daarbij werken overheden, kennisinstellingen en leveranciers samen aan een nieuwe, modulair opgebouwde architectuur om digitale tweelingen te ontwikkelen en te gebruiken.
“Wij bouwen geen digitale tweelingen.” vertelt De Lathouwer. “Wij ontwikkelen de gereedschapskist waarmee iedereen zijn een eigen digitale tweeling kan samenstellen.” Hij maakte een onderscheid tussen twee soorten digitale tweelingen. De eerste vergeleek hij met een Playmobil-auto: een kant-en-klaar product dat doet wat het doet, maar dat je niet makkelijk uitbreidt. De tweede is het zogenoemde Lego-model: opgebouwd uit verwisselbare, gestandaardiseerde bouwstenen. “Wij geloven in het Lego-systeem. Het maakt samenwerking mogelijk en zorgt dat je onderdelen tussen verschillende digitale tweelingen kunt uitwisselen.”
Die metafoor sloot goed aan bij de architectuur van het testbed. Data, rekenmodellen en visualisatie zijn gescheiden en communiceren uitsluitend via koppelingen. Van Putten: “Digitale tweelingen zijn niet zomaar technische tools. Ze zijn essentieel omdat onze opgaven zo complex zijn. Die opgaven kun je niet overzien als je de data erover niet digitaliseert en beschikbaar maakt. Daarvoor moet je samenwerken in een ecosysteem.” Het probleem is volgens Doelman niet het gebrek aan oplossingen. “Het is het gebrek aan samenhang. We hebben geleerd van recente experimenten dat standaarden niet overal hetzelfde worden geïnterpreteerd. Daar is dus nog werk aan de winkel.”
Demo’s van use cases
De Lathouwer liet demonstraties van digital twins uit Dordrecht, Zwolle en Aadorp (bij Almelo) zien. Die tonen hoe je rekenmodellen en data uit verschillende softwareomgevingen toch gezamenlijk kunt gebruiken. De 3-30-300-regel werd als voorbeeld door meerdere visualisatieplatforms berekend en geanalyseerd. Die regel bepaalt dat je vanuit elke woning drie bomen moet kunnen zien. Elke buurt moet voor minimaal dertig procent uit bladerdak bestaat. En iedereen moet op hooguit 300 meter van een kwalitatief park of groene openbare ruimte wonen. Tijdens de demonstratie was in 3D te zien dat een deel van een stad rood was en dus nog niet voldeed aan die regel. De Lathouwer liet zien dat je virtueel bomen kunt planten waardoor zo’n gebied wel weer oranje of groen wordt.
Kaart van wat er kan zijn
Filosoof en voormalig denker des vaderlands Marjan Slob gaf tijdens de afsluitende keynote een bredere dimensie mee. Ze begon met haar eigen reflex toen ze over digitale tweelingen werd benaderd: “Ik dacht: ja hoor, weer zo’n abstract technisch model.” Maar die scepsis sloeg om in fascinatie. “In een digitale tweeling wordt data voortdurend bijgewerkt. Je hebt niet alleen een kaart van wat is, maar ook van wat er was en er kan zijn. Het is alsof je een vierde dimensie toevoegt.”
Bij een groep behoren
Slob betoogde dat digitale tweelingen niet alleen ruimtelijke besluitvorming verbeteren, maar óók kunnen bijdragen aan een gezondere democratie. Ze legde uit dat veel conflicten in onze samenleving niet ontstaan door een gebrek aan informatie, maar door onze diepgewortelde behoefte om bij een groep te horen. “De grootste bedreiging voor een democratie zijn onze tribale neigingen. We willen zo graag bij onze groep horen dat we soms bizarre verhalen omarmen.” Ze wees daarbij naar voorbeelden als Pizzagate, een volledig ontkrachte complottheorie uit 2016.
Emotioneel beladen
Zulke identiteitsmechanismen trekken discussies snel vast, omdat een identiteit groot, vaag en emotioneel beladen is. Juist daar ontstaat volgens haar de brug naar digitale tweelingen: die kunnen helpen gesprekken los te trekken uit zulke groepslogica doordat ze een gedeelde, concrete wereld neerzetten waar je samen naar kunt kijken. “Identiteitskwesties zijn groot en vaag. Iedereen heeft namelijk de neiging hardnekkig vast te houden aan zijn eigen identiteit. Een digitale tweeling is heerlijk concreet. Je kunt samen kijken naar een mogelijke wereld en bespreken wat je prettig of onprettig vindt. Hoe concreter het beeld, hoe beter het gesprek.”
In de planketen verankeren
In de afsluitende plenaire sessie onderstreepte Bob van Graft, directeur Ruimtelijke Informatie bij het ministerie van VRO, het belang van digital twins. “Ze moeten onderdeel worden van de werkprocessen. Niet als innovatiehoekje, maar echt in de dagelijkse beleidsvorming.” Van Graft wees erop dat thema’s als woningbouw, klimaatadaptatie en circulaire economie simpelweg niet meer zonder digitalisering kunnen. “Je brengt met digital twins iets op tafel dat anders onzichtbaar blijft. En dan gaat het leven. Dat is de opgave voor de komende jaren. We moeten de vrijblijvendheid voorbij, scherp kiezen waar digitalisering het verschil maakt en gezamenlijk het momentum benutten om digitale tweelingen werkelijk in de planketen te verankeren.”